Hermann Löns (1866-1914) Heidedichter- en schrijver – Deel 2

loens - Hermann Löns

Hermann Löns (1866-1914)

De ondergrond van zijn natuur… 

Het kan misschien wat vreemd overkomen, dat iemand als Hermann Löns, die zo boeiend en zo geestig vaak uit het wonderboek der natuur vertellen kon, die in dorpsherberg de boeren en in de stad zijn vrienden zo zeer door zijn verhalen vol humor en scherts aan zich wist te binden, in wezen en vooral later, zulk een somber en vertwijfeld man kon zijn. De ondergrond van zijn natuur moet wel zo geweest zijn, uiterlijke omstandigheden hebben daartoe tevens niet weinig bijgedragen.

Een rusteloze figuur

Hermann Löns was tijdens zijn leven een rusteloze figuur. Toen hij eenmaal op de Lüneburger Heide was geweest, dat was in 1893, kwam hij er elk jaar weer. Hij maakte er zwerftochten, ging er op jacht, maakte vele vrienden en deed er inspiratie op voor zijn vele vertellingen. De stilte en de schoonheid, maar ook het mysterieuze van het enorme heidelandschap maakten grote indruk op hem.

besuch-loens-2007-03

De schrijver met zijn eerste vrouw Elisabeth Erbeck – Löns – Foto: ©Hermann Löns Archief Hannover

Een bewogen leven

Achter deze nuchtere biografische gegevens verbergt zich een bewogen leven.

Tweemaal was Löns getrouwd, en tweemaal kon hij zich niet vinden in zijn huwelijk.

De druk die zijn tweede vrouw Lisa (1911) thuis in Bückenburg op hem uitoefent, maakt van hem een ongelukkig mens.

Tot het begin van de Eerste Wereldoorlog leeft hij zeer teruggetrokken.

Zijn laatste levensjaren bracht hij door als zelfstandig schrijver in Hannover.

 

De wereld staat in bloei

Eén van zijn mooiste boeken naast “Mummelman”, is het boek “De wereld staat in bloei” een in het Nederlands vertaalde uitgave in 1939 van A.G. Schoonderbeek uit Laren. Hieronder enkele regels:

De wereld staat in bloei - kopie“Toen ik een jongen was met een ruigen vlaskop en armen en benen die uit den steeds te korten kiel en de eeuwig gescheurde broek groeiden, toen kende ik het mooie lied niet, en toch zong het in mij als bij de boschbeek de vogelkers zijn groene kleed aantrok. Als alle vogels zongen en de gele vlinders vlogen en uit het bruine gevallen blad de voorjaarsbloemen tevoorschijn kwamen wit, geel, rood en blauw als vandaag; De wereld staat in bloei.

Dan moest ik naar buiten, alleen, naar het hakhout bij het meer waar de lente haar intocht hield met wapperende vanen en klinkende muziek. Als dan de zon de kille beukenstammen warm tintte en alles in mijn bosch liet schitteren en blinken, het oude en het nieuwe, het levende en het dode, het jonge groen en het oude blad, het dorre gras en het frissche mos, de dorre takjes en de sappige bladeren, dan werd mijn jongenshart lentedronken, en met lachende oogen keek ik in den lachenden dag. Is ze er nog, de kindervreugde? Leeft ze nog in je, de oude lentebedwelming? Kan je nog lachend de lente in de blauwe oogen zien?”

Aan bovenstaande regels hoef ik eigenlijk niets toe te voegen, het is Hermann Löns ten voeten uit. Hij neemt je mee en laat je meegenieten van al het mooie in de natuur.

Eerste Wereldoorlog

Mede daarom klinkt het ons persoonlijk dan ook erg vreemd in de oren, als hem op zijn zwerftochten over de heide het bericht bereikt van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, natuurliefhebber Löns zich zonder aarzelen meldt als oorlogsvrijwilliger in het leger. Laat in de avond van de 23e augustus 1914 schiet hij in Westenholzer Bruch een reebok, werpt zijn Drilling op het bed der Kellerkammer in “Jägerhaus Helkenhof”, marcheert in de vroege morgen zeven kilometer naar station Hodenhagen en komt als 48 jarige oorlogsvrijwilliger bij het 73e Hannoverschen Ersatz-Infanterie-Regiment, waarbij ook de dichter Ernst Jünger als luitenant gelegerd is. Na twaalf dagen opleiding trekt hij naar Frankrijk.

Korte tijd later vinden we hem dan in de loopgraven bij Reims in Frankrijk. Er zijn briefkaarten van hem uit die tijd, waarin hij aan z’n vrienden schrijft, stralend van geluk over “het wilde schone leven in de loopgraven”. Ook hier was hij het middelpunt van een kring van bewonderaars, officieren en manschappen, die hij met zijn uiterlijke opgewektheid, geestige conversatie de ellende van het soldatenleven voor een tijdje kon doen vergeten.

download

Duitse loopgraaf in de buurt van Reims – Foto: ©Collectie Koninklijke Bibliotheek

Het werd zijn noodlot

Wetend van zijn betekenis als dichter en natuuronderzoeker spaarden de officieren hem zoveel mogelijk en werd hij in de achterste linies geplaatst. Löns doorzag dit spoedig en duldde het niet langer, tenslotte moest men wel toegeven: het werd zijn noodlot.

Op 26 september 1914 om 5.30 uur in de morgen is hij op het slagveld van Loivre bij Reims, tussen het Marne-Aisnekanaal en Villers-Franqueux in Frankrijk gevallen. Van de 120 mannen overleven er 28, onder de doden bevindt zich ook Hermann Löns, een kogel doorboorde zijn hart.

Toen Hermann Löns in 1914 sneuvelde werd hij op de plaats van overlijden door zijn kameraden begraven.
“Wenn ich nur erst mein Herz wiederfände”, heeft hij eens in zijn Heide geklaagd; “ich habe es irgendwo verlegt”. Een van zijn gedichten eindigt zo: “Und darum kein Hügel und deshalb kein stein – spurlos will ich vergangen sein”. Hoe geheel anders is het allemaal gelopen.

Dichterlijke scheppingskracht

De oorlog die in zijn barbaarsheid ook de besten niet spaart, had Duitsland en de wereld van een van zijn grootste talenten beroofd. Wat ons blijft is zijn werk, waarin zo zuiver het leven van de natuur klopt, afgeluisterd door iemand die in aanvoelingsvermogen, kennis en dichterlijke scheppingskracht zijn gelijke niet had.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Grafkruis van Löns, dat op de Militaire begraafplaats in Loivre bij Reims in Frankrijk heeft gestaan – Foto: ©Historischen Museum, Hannover.

Gevonden op een akker

Er waren echter in Duitsland vele Löns-liefhebbers die het stoffelijk overschot naar het vaderland wilden terugbrengen om het daar een laatste rustplaats te geven.

In 1922 meende men het graf gevonden te hebben en er werd een kruis bij geplaatst. Toen men later terugkwam was het kruis nergens meer te vinden en kon men ook de plaats niet terugvinden.

Het zou nog tot 1933 duren, toen op zekere dag een Franse boer die zijn land aan het ploegen was merkte dat er een graf in zijn akker lag. Het stoffelijk overschot werd opgegraven en de herkenningsplaatjes kwamen via Parijs in Berlijn terecht. Daar stelde men vast dat soldaat Löns gevonden was. Het graf dat men in 1922 gevonden had, was dus het verkeerde geweest.
Nadat de Franse boer hem had gevonden, werd het lichaam herbegraven op de begraafplaats van Loivre. Op het eenvoudige kruis stond alleen de naam: Hermann Löns. Het grafkruis is nu te zien in het Historischen Museum te Hannover.

Militaire eer

In 1934 worden zijn beenderen naar Duitsland overgebracht, en opgebaard in de oude kerk in Fallingbostel. De begrafenis was geregeld, maar er werd een streep door de rekening gehaald.

Op een goede morgen was de loden kist verdwenen, spoorloos. Het bleek dat een stel S.A.mannen ’s nachts in de kerk waren geweest om de kist in veiligheid te brengen.

Men wilde van Löns begrafenis een politieke demonstratie maken. De kist stond enige weken bij een boer op de deel en toen de besprekingen niet opschoten, haalde de S.A. de kist weer weg en begroef deze in de heide vlak langs de verkeersweg Hamburg-Hannover. De Löns-liefhebbers hadden echter niet stilgezeten. Zij wisten mevrouw Löns te bewegen zich tot Goering te wenden. Mevrouw Löns die deze walgelijke gang van zaken helemaal niet aanstond (zij was zelfs tegen elke staatsbegrafenis) bezweek en schreef een brief, waarin stond dat Hermann Löns niet als nationaal-socialist, maar als soldaat van het Duitse leger gesneuveld was. Met de S.S. of S.A. had hij niets te maken.

De Lüneburger Heide

Wat er zich nu precies achter de schermen heeft afgespeeld is niet bekend, wel dat mevrouw Löns van Goering bericht ontving dat de partij zich overal buiten diende te houden en dat Löns een gewone staatsbegrafenis zou krijgen. De gouwleider in Falling-bostel, die de roof uit de kerk had georganiseerd, was des duivels. Hij verbood ieder partijlid zich op de begrafenis te laten zien. Zijn greep op de mensen ging in 1934 nog niet verder.
De kist werd weer opgegraven en op 2 augustus 1934 worden de overblijfselen van de gestorvene met militaire eer en op staatskosten in Tietlingen (ongeveer 4 km westelijk van Fallingbostel) herbegraven. Op zijn zo geliefde Lüneburger Heide omringt door prachtige jeneverbesstruiken. Op zijn graf ligt een grote zwerfkei, met daaromheen een krans van witte heide en rode rozen. Deze grote zwerfkei bedekt zijn graf en daarin zijn uitgebeiteld de simpele woorden: “Hier ruht Hermann Löns”.

Löns_Denkmal_Walsrode

Het monument in Tietlingen – Foto: ©Archief Hermann Löns

Op het monument dat enkele meters verderop op een heuveltop staat lezen we een citaat uit Löns werk:

Lass Deine Augen offen sein
Geschlossen Deinen Mund
Und – wandle still, so werden Dir
Geheime Dinge kund…!

Jager en natuurliefhebber

Hermann Löns ging op jacht met de pen en het geweer, hij was een jager maar ook een groot natuurliefhebber en menigmaal bleven de lopen van zijn buks schoon.

Voor- en tegenstanders van de jacht lezen zijn boeken en beleven er telkens weer ontzettend veel plezier aan. Men kan een vurig tegenstander van de jacht zijn en er zelf onmogelijk toe kunnen komen een geweer te richten op het wild en toch niet ongevoelig zijn voor de poëzie, die er in het leven van de ‘echte’ jager schuilt.
Dezelfde genoegens zijn weggelegd voor hem, die niet het geweer of de buks hanteert, maar met kijker of camera gewapend bos en veld doorkruist. Voor hem bestaat er geen gesloten jachttijd, maar de vrije vreugdevolle avonturen blijven er hetzelfde om.

Hermann Löns was een jager met het geweer, ja, toch was de jacht hem meer dan een doel, het was veelal een middel om de natuur en al haar geledingen nog dichter te benaderen. Buks en jachthond waren in de eenzaamheid zijn meest geliefde makkers; ook toen de laatste aan wie hij zeer gehecht was hem ontviel, bleef de buks zijn onafscheidelijke metgezel. Meer dan eens, als hij oog in oog stond met het nagezeten wild, zonk het wapen onafgeschoten neer in de handen van de ontroerde jager, tot wie uit bloemengeur en vogelzang en uit de schuwe ogen van het opgejaagde hert, iets van het mysterie sprak uit God’s wondere natuur.

DSC_3622-bwWaardering

Ondanks alle negatieve publiciteit etc.,tijdens- en na de Tweede Wereldoorlog, verheugde zich het werk van Hermann Löns in toenemende mate. Zijn liederen, natuurhistorische- en jachtverhalen vonden een grote schare van lezers en ik geloof dat de waardering die deze auteur uit alle kringen, ook in ons land ontving, nog steeds niet is uitgeblust.

Een groot aantal Löns-boeken zijn vertaald in het Nederlands. Zelfs promoveerde mevrouw E.M. Boland in 1930 aan de Universiteit van Amsterdam tot doctor in de letteren en wijsbegeerte op een proefschrift met als titel: “Hermann Löns, der Mensch und der Dichter in seiner volklichen Gebundenheit”.
                                                                               Zie afbeelding rechts >>

In ons volgend deel neem ik u mee naar de omgeving van de Lüneburger Heide en langs de plaatsen waar Hermann Löns ook vertoefde. Wat is er nog terug te vinden van dat landschap en die sfeer van vroeger?

Eerder gepubliceerd in De Veluwenaar  8e jaargang – No.4 – oktober 2000

Lees ook: Hermann Löns (1866-1914) Heidedichter- en schrijver – Deel 3

____________________________________________________________________________________________________

Bekijk ook het filmpje:

 

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.de-veluwenaar.nl/2016/07/08/hermann-lons-1866-1914-heidedichter-en-schrijver-deel-2/