Hermann Löns (1866-1914) Heidedichter- en schrijver – Deel 3

loens

Hermann Löns (1866-1914)

In de voetsporen van Hermann Löns door de Lüneburger Heide

Nadat we inmiddels al aardig wat te weten waren gekomen over natuurdichter en schrijver Hermann Löns, leek het ons aardig om de omgeving van de Lüneburger Heide eens te gaan verkennen. Niet voor niets was Löns de laatste Duitse dichter van wie de gedichten volksliederen werden. Zijn lied “Auf der Lüneburger Heide” wordt op de hele wereld gezongen. Het wordt een zwerftocht in de voetsporen van de schrijver.

Celle

Ons eerste doel is Celle, waar Löns verscheidene jaren in de Mauernstrasse gewoond heeft, op de voorgevel prijkt een plaqette ter herinnering aan Löns. Ook bezoeken we het Bomann Museum, hier zou nog een Lönskamer zijn, helaas is deze jammer genoeg niet meer aanwezig. Wel hebben ze nog veel informatie over de schrijver, en in de bibliotheek komen we meer te weten.
In het plaatsje Burg, 3 kilometer voor Celle is nog de Ringwal te zien die Löns beschrijft in zijn bestseller “De Weerwolf”. De oude binnenstad van Celle is een bezoek meer dan waard met zijn prachtige vakwerkhuizen.

P1540126 - kopie

Het huis in de Mauernstrasse te Celle – Foto: ©Louis Fraanje

P1540128 - kopie

De plaquette op de voorgevel – Foto: ©Louis Fraanje

 

 

 

 

 

 

 

 

Südheide

Zwervend door het Hannoverse binnenland bereiken we het plaatsje Müden, dit is een van de meest romantische dorpjes van de Lüneburger Heide. Er staan onder oeroude bomen verscholen boerderijtjes met waterputten en bemoste schuren. Op een heuveltje werd in de dertiende eeuw een kerk gebouwd, deze heeft een houten klokketoren.
In Müden is ook een Löns-Jugendherberge.

Ongeveer 2 km ten zuidwesten van Müden ligt temidden van een prachtig heidelandschap van de Südheide, de Wietzer Berg (102 m). Boven op de berg staat tussen een aantal prachtige jeneverbessen het monument met een gedenksteen voor de schrijver Hermann Löns. Hierop staat: “Zum Gedenken an unseren Kulmer Landsmann, Landmannschaft Westpreusen”. Vanaf twee zitbanken heb je een prachtig uitzicht over de heide afgewisseld met jeneverbessen.

Wietzer Berg

Het monument met de gedenkplaat op de Wietzer Berg – Foto: ©Archief Hermann Löns/Fraanje

Actie voor behoud

Miljoenen mensen bezoeken jaarlijks de Lüneburger Heide, voornamelijk in augustus en september wanneer de heide bloeit. Heidevrienden en natuurbeschermers klagen: “Die grosse Tot-trete”. Hermann Löns had dit al voorspelt in een tweede gezicht: “Es regnete Menschen, es hagelte Volk” schreef hij in 1914. Ook hier is de vergrassing van de heide een groot probleem, momenteel wordt er op allerlei manieren actie gevoerd om de heide te redden.

A2

Een groot bord bij een boerderij met betrekking tot de actie – Foto: ©Louis Fraanje

Alles ademt Löns in Walsrode

In Tietlingen brengen we een bezoek aan het graf van de schrijver, hierover kon u in het vorige hoofdstuk lezen. Daarna vervolgen we onze tocht naar Walsrode. Het plaatsje wat zich “Lönsstadt” noemt ligt evenals Fallingbostel in het mooie dal van de Böhme. Voorop het Gasthof “Eckernworth” is een gedenkplaat met het opschrift: “Hier wohnte Löns…” In het Heidemuseum “Rischmannshof” aan de Hermann-Löns-Strasse bevindt zich een kamer met erfstukken van Hermann Löns. Een theemuts met een gestikte opschrift: “Guten Morgen Hermann”. Het volledige meubilair is door zijn eerste vrouw Elisabeth gesticht. Een grammofoon met een plaat van Richard Tauber “Ich hatt’ einen Kameraden” .

c6bae441201fdcca2905836cbe1bfc8f - kopie

Hermann Löns met zijn zoon Dettmer – Foto: ©Heidemuseum Rischmannshof

Een zeer zeldzame foto van Löns met zijn zoon Dettmer, welke in 1906 geboren werd en gehandicapt was overlijd in 1968 in Bethel bij Bielefeld. In het museum is ook de zetel van het “Verband der Hermann-Löns-Kreise”, een stichting die veel overeenkomsten heeft met onze stichting. Na een aantal gesprekken met het bestuur bleek over en weer dat we zeker contact met elkaar blijven houden.

Aan het einde van de Hermann Lönsstrasse is het Gasthof “Eckernworth”, voor op het restaurant is een gedenkplaat met het opschrift: Hier wohnte Löns wenn er in Walsrode weilte”.

Wanneer we het Eckenwortherbos inwandelen komen we onderaan bij een meertje, hier bevindt zich een bank met een gedenksteen voor Hermann Löns. Op deze bijzondere plek zat hij vaak te schrijven. In Walsrode is ook een Löns-Apotheke.

Wilsede

Natuurlijk bezoeken we het dorpje Wilsede in het midden van het natuurgebied Lüneburger Heide. Er wonen slechts honderd mensen en het dorpje ziet er nog bijna net zo uit als in het begin van de negentiende eeuw. Er staat een als museum ingericht boerderij, het zogenaamde Heidemuseum “Dat Ole Huus” uit omstreeks 1800. Dit geeft een goed beeld van het leven dat de heidebewoners leidden. Westelijk van het dorpje liggen de overblijfselen van een hunnebed. Op verschillende plaatsen in de uitgestrekte heide vinden we met riet gedekte bijenstallen.

A10

Corné Fraanje kijkt geboeid naar het bijenvolk – Foto: ©Louis Fraanje

Lüneburg

Het dorpje Wilsede is alleen te voet, per fiets, te paard of met paard en wagen te bereiken. De afstand van de dichstbijzijnde parkeerplaats tot het dorp is 3,5 a 4 km. Ten westen van Wilsede ligt de Wilseder Berg (169 m). Het is de hoogste berg van de Noordduitse laagvlakte. Bij helder weer kan men vanaf de top Lüneburg en zelfs Hamburg zien liggen. Zo ver het oog reikt zien we jeneverbessen, duizenden bij elkaar. Hier bevindt zich ook de beroemde “Totengrund”, geen oude begraafplaats, maar een onvruchtbaar dal uitgesleten door de enorme massa’s ijs. Hier is ook “Der Hermann-Löns-Wanderweg” 105 kilometer lang, die van Gifhorn naar Soltau loopt. Zwerfkeien geven de richting aan, Löns met snor, groene jachthoed en drilling, als plaquette die een wandeltour door Celler land als wegwijzer begeleid. Een aantal keren ontmoetten we een schaapherder met een kudde “Heidschnucken”, geheel in klederdracht.
In de stad Lüneburg is een Hermann-Löns-Spirituosen-Fabrik en “Geschmorte Lammkeule Hermann Löns” in de “Heidekrug” in Lüneburg. Ook deze oude stad, die de heide zijn naam heeft gegeven, hebben we bezocht.

hermann lons hut

De oude jachthut van Hermann Löns in Westenholzer Bruch – Foto: ©Hermann Löns Archief

Het verleden herleven

Het Lönst in de heide, de Westenholzer Bruch boven aan het Truppenübungsplatz Bergen-Hohne heeft hij in zijn boeken “Mummelman” en in “De laatste Hansboer” vereeuwigd. Het “Jägerhaus Helkenhof” van waaruit hij de heide voor altijd verliet, is helaas verdwenen. De boerderij van de laatste Hans Boer is na een brand in de zeventiger jaren geheel nieuw opgetrokken, een mooie zwerfsteen met “Hans-Bur-Hof” herinnerd nog aan het verleden. Niet ver daar vandaan staat in het bos zijn jachthut waar hij regelmatig verbleef. Een stoel, een tafel, een venster en wat foto’s aan de muur verder niets. Toch gaat het verleden herleven als je hier zo in de eenzaamheid van de bossen zit en je bedenkt dat Hermann Löns hier samen met zijn hond heeft gezworven.

Tenslotte…

Kortom, gaat u zelf maar eens kijken, een bezoek aan dit prachtige gebied en zijn bewoners, die in het Plattdeutsch mien goed konden verstoan, is de moeite meer dan waard. Net als de Veluwe, geeft de Lüneburger Heide je het gevoel of je thuis bent.

Natuurlijk zijn er nog vele bladzijden te vullen met verhalen over Löns en de Lüneburger Heide en dat hopen we de komende tijd ook zeker te doen, maar we moeten het voorlopig even hierbij laten.
Hermann Löns, natuurdichter en schrijver, een man die ondanks alles, velen tot de natuur heeft gebracht!

Eerder gepubliceerd in De Veluwenaar 93 jrg. No.1 januari 2001

Lees ook: De Lüneburger Heide en onze Veluwe

______________________________________________________________________________________________________________________

Meer informatie: Verband der Hermann-Löns-Kreise in Deutschland und Österreich e.V.

____________________________________________________________________________________________________

Bekijk ook het filmpje:

 

 

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.de-veluwenaar.nl/2016/07/15/hermann-lons-1866-1914-heidedichter-en-schrijver-deel-3/