Geconfronteerd met ernstige verwaarlozing van het beheer…
Vorige week werd het nieuws verspreid dat Staatsbosbeheer stroken grove den in Kootwijk en Hoenderloo gaat opruimen om een betere brandbeveiliging te krijgen. Het idee erachter is dat er dan loofhout tot ontwikkeling komt dat beter dan grove den in staat is om een brand tegen te houden. Maar dat loofhout mag dan niet uit Amerikaanse vogelkers bestaan, want die soort bevordert brandgevoeligheid. Dat allemaal volgens de toelichting van Staatsbosbeheer.
Achterstand
Enkele jaren geleden was er kennelijk al een subsidiepotje en werden onder meer 80-90 jarige grove dennen opgeruimd in een strook langs de Heetweg in Kootwijk. Het achterliggende bos van grove den werd niet verpleegd, terwijl er een behoorlijke achterstand in selectieve dunning was en is.
Ondertussen komt er op de open plekken voornamelijk Amerikaanse vogelkers tot ontwikkeling. Datzelfde valt vast te stellen in de wijde omgeving, waar vitale grove dennenbossen werden omgevormd om natuurontwikkeling te bevorderen.
Verwildering
In de boswachterij Hoenderloo werd eenaanzienlijke oppervlakte bos opgeofferd om een zandverstuiving te maken. Het resultaat is een dichte vogelkersbegroeiing. Op meerdere plekken op de Veluwe bij Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten valt dat op: bos weg en verwildering met vogelkers dringt op. Ook in de Edese bossen kan men volop die (niet gewenste) verwildering zien.
Basisingrepen
Als de theorie – dat meer loofhout gunstig is voor brandbeveiliging – klopt, dan is het zaak om dunningsachterstanden weg te werken. Dan kan zich geleidelijk loofhout ontwikkelen, wat ook voor ordentelijk bosbeheer gewenst is. Er moeten immers oudere bossen gaan ontstaan die meer ecologische en economische betekenis gaan krijgen. Waarbij dan ook een gunstige vastlegging van koolstof in bos wordt bewerkstelligd. Maar dergelijke basisingrepen worden zwaar verwaarloosd bij het huidige bosbeheer.
Voorwaarde is dan wel dat eerst de Amerikaanse vogelkers onder controle komt, want elke ingreep leidt nu tot meer verwildering.
Dramatische gevolgen
Het vroegtijdig laten verdwijnen van waardevolle bossen is bovendien in strijd met richtlijnen voor de bescherming van vogels. Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en andere terreinbeheerders hebben de taak om voldoende broedgelegenheid in oudere bomen voor roofvogels (o.a. wespendieven) te behouden en te ontwikkelen. Hoe slecht de vele bosomvormingen uitwerken voor vogels valt te lezen in het boek ‘Kerken van goud, dominees van hout’ van Rob Bijlsma. Daarin worden vooral de dramatische gevolgen van het verdwijnen van al wat oudere bossen behandeld.
Rampzalig
Maar ondertussen worden we ook geconfronteerd met ernstige verwaarlozing van het beheer van bestaande bossen. Dat betekent dat er in de toekomst onvoldoende bossen zullen ontstaan die voor ‘alles wat leeft’ grote betekenis hebben.
Nog meer bomen laten verdwijnen – zoals in de slecht onderbouwde aanpak van brandbeveiliging – terwijl het essentiële beheer achterwege blijft, is rampzalig voor de Veluwe.
In een volgend verhaal zal wat meer uit de doeken worden gedaan over de geschiedenis van bosbranden en de manier waarop dat al dan niet kan worden voorkomen.
Tekst: ©Leffert Oldenkamp, Adviseur bosbeheer – Wageningen