Met de hakken in het zand – Deel 5

De status van de moeflon in Nederland is verwarrend

Behalve op De Hoge Veluwe en het Wekeromse Zand komen moeflons voor in het Vierhouterbos en op de Noorderheide. Ooit geïmporteerd voor de jacht worden ze nu gehouden voor ‘recreatie, beheer van heidevelden en voor behoud van de soort’. Buiten de vier genoemde natuurgebieden zijn ze niet toegestaan. De status in Nederland is verwarrend; omdat de moeflon geen inheemse diersoort is, mag / moet hij worden afgeschoten. De terreineigenaar heeft echter het laatste woord en kan bepalen, dat er een populatie van een bepaalde grootte mag blijven bestaan. ‘Met de terreineigenaren is afgesproken dat de kuddes mogen variëren van 10 tot 200 stuks’. ‘Eigenaren van de moeflons zijn verplicht hun dieren binnen een afrastering te houden’ (www.faunabeheereenheid.nl/gelderland/DIERSOORTEN/gelderland-dieren/moeflon).

Aha, hekken zijn dus verplicht voor terreinen waar moeflons grazen! Waar maken de mekkeraars, die problemen hebben met het door De Hoge Veluwe gevoerde beheer, zich dan druk over? Als wisenten binnen een afrastering moeten verblijven, wordt dat geaccepteerd; waarom is het dan onacceptabel dat wilde schapen binnen een omheind terrein grazen? Waarom wordt de moeflons het licht in de ogen niet gegund? Omdat ze aan het begin van de vorige eeuw door rijke terreineigenaren – die er al dan niet bewust wel voor gezorgd hebben, dat niet alle natuur in Nederland aan de ontginning van woeste gronden ten prooi is gevallen – vanuit het buitenland ingevoerd zijn voor de jacht? Is de gedachte: de dieren zijn niet inheems, dus ze horen hier niet thuis? Met het argument faunavervalsing (opzettelijke invoer van exemplaren van een diersoort in een gebied, waarin deze diersoort oorspronkelijk niet thuishoort) hoeft men niet aan te komen.

In 1627 is in Polen het laatste oerrund zijn laatste adem uitgeblazen. Uitgestorven dus, voorgoed weg! Het totaalplaatje van het genetisch materiaal van het authentieke oerrund was daarmee ook voltooid verleden tijd. Dat krijg je nooit helemaal terug. Toch hebben de gebroeders Heck in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw zich met steun van de nationaal-socialistische Duitse overheid de moeite getroost met behulp van een aantal primitieve, oorspronkelijk gedachte runderrassen ‘het oerrund’ terug te fokken. Dit leverde het Heckrund op, een dier dat bestand moest zijn tegen een leven in de vrije natuur.  Qua genen was het uiteraard slechts een samenraapsel van verschillende tamme runderrassen. Als ‘wilde’ grote grazers werden Heckrunderen decennia later onder meer in de Oostvaardersplassen verwelkomd. Echt aardige dieren zijn het overigens niet; de runderen zijn door de gebroeders Heck namelijk niet alleen gefokt op een stoer uiterlijk, maar ook op alertheid, behendigheid en… agressie – juist eigenschappen, die in totalitaire regimes zeer gewaardeerd zijn en daardoor flink gepromoot worden.

De Heckrunderen – hier begin jaren ’90 in de Oostvaardersplassen –  kunnen er natuurlijk ook niets aan doen; hoe zouden ze kunnen weten, dat ze een herinnering zijn aan de hang naar ‘raszuiverheid’ van nazi-Duitsland?  – Foto: Anja Arentzen

Kunstmatige oerkoe

Verlangend naar een voor mensen minder gevaarlijk graasbeest is ARK Natuurontwikkeling samen met Stichting Taurus en Rewilding Europe aan de slag gegaan de genetische code van het oerrund te ontrafelen om zoiets als een kunstmatige oerkoe met de naam Tauros te verkrijgen. Het genetisch materiaal in dit schepsel is ontstaan door zelfredzame Italiaanse en Spaanse rundersoorten als Maremmana primitivo, Maronesa, Sayaguesa, Limia en Tudanca – gedomesticeerde soorten, waar in feite niets zuiver wilds aan is – met elkaar te kruisen. In diverse gebieden (Kempen-Broek en Maashorst) hebben van die nep-oerrunderen al een warm onthaal gevonden (https://www.ark.eu/natuurontwikkeling/natuurlijke-processen/begrazing/tauros). Daar mogen de fokproducten uit een mix van Zuid-Europese runderen verwilderen. Kortom, de goede eigenschappen van de uitgestorven voorouder oerrund die er nog in zitten, mogen in de vrije natuur weer naar boven komen.

Door de heilzame werking van een vrij leven in de buitenlucht zullen de oorspronkelijke ‘wilde’ eigenschappen de ‘tamme’ eigenschappen, die de runderen aantrekkelijk maakten voor de mens (bruikbaar als werkrund, ooit voorzien van een meegaand karakter, hoge melkopbrengst, snelle groei om veel vlees op te leveren) er wel even uit werken. Maar betekent dat, dat de dieren weer automatisch gaan worden als de wilde voorouder? Erop lijken lukt misschien wel, maar er één op één ‘een kopie’ van zijn? Nee! Vergelijk het met een kat, die niets liever doet dan het grootste deel van zijn leven overal en nergens rondzwerven en onderweg een zangvogeltje verorberen, maar die ondanks dat vrije leven – wanneer hem dat beter uitkomt – zo nu en dan naar huis gaat voor het gemak van een bakje fabrieksvoer. Ook al lijkt hij er qua uiterlijk misschien nog op, meer dan een copycat, een na-aper van zijn verre verwant de wilde kat (Felis silvestris) zal hij nooit zijn; deze in mensenogen ‘zelfstandige’, (nog enigszins) ‘hanteerbare’ huiskat is zijn zelfredzaamheid voorgoed kwijt, de authentieke, uitermate schuwe wilde kat niet.

Wanneer een exotisch fokproduct als de Tauros in natuurterreinen de vegetatie kort mag / moet houden, is het absoluut acceptabel de eveneens exotische, zelfredzame moeflon de heide open te laten houden en vliegdennetjes te laten eten. Als grazer heeft dit schaap, dat open terreinen ook echt open weet te houden, op de (Hoge) Veluwe beslist bestaansrecht. Door de komst van de wolf is zijn bestaanszekerheid echter een stuk minder geworden.

Door de komst van de wolf naar de Veluwe zou de bestaanszekerheid van de moeflon wel eens heel wat minder kunnen worden. Dit duo leefde in de jaren ’80 in Burgers’ Zoo – Foto: Anja Arentzen

Gedomesticeerd?

Oorspronkelijk leefde de moeflon in de bergen van Anatolië (Aziatisch Turkije). Duizenden jaren geleden kwamen moeflons na een lange reis via toen bestaande landbruggen terecht op Corsica en Sardinië. Of ze deze bestemming op eigen houtje gevonden hebben of als min of meer gedomesticeerde schapen, is nog in nevelen gehuld. Het is echter ook heel goed mogelijk, dat een deel zelfstandig daar terecht is gekomen en een deel door prehistorische agrariërs daar naartoe is gebracht en later is verwilderd. Moeflons zijn in de omgang met de mens namelijk geen makkelijke dieren.

Lees ook: Met de hakken in het zand – Deel 6 – Slot

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.de-veluwenaar.nl/2019/09/10/met-de-hakken-in-het-zand-deel-5/