In en om een oude jachthut – Deel 9

DSCN8195 - kopieBijna stukgelezen

Voor het boek “In en om de jachthut”, geschreven door de heer E. Karst jr, dat in 1948 verscheen en door mij bijna stukgelezen is, schreef de inmiddels overleden heer C.D. Grijns, toenmalig hoofdredacteur van de Nederlandse Jager in december 1947 een prachtige en aansprekende inleiding, die ook heden ten dage nog zeer actueel is. Egbertus Karst was een jacht- en natuurschrijver van groot formaat.

Hoewel Karst geen Veluwenaar was, ben ik er van overtuigd, dat velen in onze streek zich verbonden voelen met deze schrijver, omdat er tal van overeenkomsten waren. Mede daardoor is het verhaal hieronder ook eigenlijk een soort van “eerbetoon” aan de schrijver. Ik zal hem onverkort en in dezelfde spelling weergeven, zoals in die tijd gebruikelijk was.

“In en om de jachthut”

In een tijd van schier hopeloze verwarring, ontmoediging en armoede bestaat bij velen meer dan ooit de behoefte zich voor een ogenblik te onttrekken aan hetgeen er in de mensenwereld omgaat, ook al is ieder onzer voor de gang van zaken in die wereld zijn dagelijkse taak te vervullen. Ter voldoening aan die behoefte is er aan divertissementen van velerlei soort geen gebrek. Men kan zich in de bioscoop of in een roman enkele uren verplaatsen in een wereld van schijn; men kan zich storten in een roes van vermaak: het ontwaken en de terugkeer in de realiteit zal des te zwaarder zijn met een koud hart en een leeg hoofd.

Realiteit

Daarom zoekt de wijze zijn ontspanning niet in de schijn. Er is immers buiten de mensenwereld realiteit genoeg. Voor alles de hogere realiteit van de Schepper aller dingen, die afstraalt in de schepping ‘overmits dezelve’ naar de onvolprezen vergelijking uit de Confessio Belgica “Voor onze ogen is als een schoon boek, waarin alle schepselen, grote en kleine, als letteren zijn, welke ons te aanschouwen geven de onzienlijke dingen Gods”.

DSCN8199 - kopie

De jachthut van Egbertus Karst jr – Tekening: ©Sjoerd Kuperus

Verschil

Nu moge de een zich daarvan klaarder bewust zijn dan de ander, het feit dat de belangstelling voor en de liefde tot de levende natuur in de laatste decennia sterk is toegenomen, blijft. Doch ook hier is verschil van geestelijke instelling. Velen bepalen zich tot een esthetische genieting van het natuurschoon al dan niet gepaard met andere genietingen ten faveure van de vreemdelingen-industrie, anderen, meer dwepend van aard, vervallen min of meer tot natuur-verafgoding, weer anderen wijden zich aan de natuursport en verzamelen in de geest of op papier hun waarnemingen als een philatelist zijn postzegels. Zij zijn er alle volkomen tevreden mee.

Weidelijke jagers

Daarmee is de opsomming echter niet compleet, want er is nog een zeer bijzondere groep van personen met een open oog voor de natuur, een groep die niet tevreden is met beschouwing van de natuur, doch actief en regelend optreedt, bescherming verlenende aan de soorten die steun van node hebben en waar dit wenselijk is.

Evenwicht verstoord

Een te grote vermeerdering van enkele soorten tegengaat, voederende als dat nuttig is en tol heffende, waar dat pas geeft, en in ons cultuurland, waar het evenwicht door de mens grotendeels verstoord is, een fauna handhaaft, die het oog streelt en het landschap verrijkt. Tot die groep behoren niet de schieters en de hebzuchtigen, menselijke parasieten op de levende natuur, maar de weidelijke jagers, die door bos en beemd gaan als de tuinman langs zijn borders en bloembedden.

Jacht- en natuurverhalen van E. Karst jr.PM6

Jager en schrijver Egbertus Karst jr. (1900-1960)

Vreugde en voldoening

Zij vinden hun vreugde in de jacht en de jachtkennis en hun voldoening in de oogst, die slechts verkregen kan worden door hun ervaring tegenover de listen van het wild te stellen en die hun toevalt als de kroon op hun werk. Zij timmeren niet aan de weg, zij maken geen reclame, zij begeren zelfs niemand op te wekken om hun voorbeeld te volgen.

Deelgenoot

Toch bestaat er soms bij hen de behoefte anderen deelgenoot te maken van het genot, dat de jacht hun in zo rijke mate kan schenken en iets te onthullen van die wondere wereld, die schijnbaar zo ver gelegen is van de rumoerige en chaotische maatschappij en die toch zo onmiddellijk bij de hand ligt voor hem, die een klein dorado heeft weten te verwerven door het te maken.

Natuurminnaars

De heer Karst neemt de lezer mee naar de binnenkameren van zijn domein en laat hem in rijke mate meegenieten van wat daarin leeft en streeft. Aangename uren zal dit werk zonder twijfel aan velen verschaffen en met name ook aan de natuurminnaars, die zich van de jacht tot dusver slechts vage en ietwat gruwelijke voorstellingen hadden gemaakt.

Betekenis

Ook zal aan velen duidelijk worden hoe met beperkte middelen voor het behoud van de levende natuur veel tot stand kan worden gebracht door de particulier tot eigen en anderen genot en welk een krachtige prikkel daartoe de jacht is. Hierin is zeer zeker de betekenis van dit werk gelegen. Moge het velen uren van oprecht genot verschaffen!

Utrecht, December 1947    –   C.D. Grijns, Hoofdredacteur van “De Nederlandse Jager”

___________________________________________________________________________________________

1900 – In memoriam Egbertus Karst Jr – 1960

Nu ik voor mijn vriend Egbertus Karst jr. voor onze Volksalmanak een afscheidswoord moet schrijven overvalt me een gevoel van diepe weemoed en van grote dankbaarheid. Weemoed omdat naar menselijke berekening deze Schoonebeker, deze Drent en vooral deze Vaderlander nog veel had kunnen betekenen voor de zijnen en voor ons. Het heeft niet zo mogen zijn. God heeft hem op 12 december 1960 opgeroepen, toen hij voor een zakenreis in Duitsland was…

Jacht- en natuurverhalen van E. Karst jr.PM6

Egbertus Karst jr en zijn vrouw voor de jachthut – Foto: ©Eigen opname

Kenner van de streek

Geboren op 13 mei 1900 bleef hij na de schooljaren “zijn” Schoonebeek trouw, werkte op de gemeente-secretarie tot hij op 28 augustus 1942 zijn positie daar opgaf. Veertien jaar was hij al kassier van de Coöp. Raiffeisenbank geweest en deze arbeid zette hij voort. Voor de oorlog had ik hem leren kennen door zijn schetsen voor de Volksalmanak, had hem aangespoord te schrijven aan grotere taken, maar hij miste daarvoor nog het zelfvertrouwen.

lueneburger-heide-hermann-loensHermann Löns

Toch was hij als uitzonderlijk kenner van de streek aan beide zijden van “de Sloot”, vooral ook van het dierenleven daar, een opmerker zoals de schrijver en dichter Hermann Löns (1866-1914) (Zie afbeelding links) dat in Duitsland geweest was.

Boeken

Opmerker en belever van dit alles, geen imitator! Neoromanticus als hij was, bezat hij de liefde voor mens en dier, die hem in latere jaren in staat stelde zijn boeken te schrijven: In en om de Jachthut(1948), Waar de korhaan balst(?), Woets de ever(1951), Om het ven(1952), Van liefde en een rode kater(1955), Roodrok de Vos(1955), om niet te zeggen zijn: Het huis Tervoorde(1949). De N.C.R.V. zond dit, bewerkt als hoorspel, uit.

Groter compliment voor hem was de vertaling in het Duits van zijn dierenverhalen, zoals zijn boek: Goudhals de edelmarter(1953). In Nederland noemde men hem: “De Drentse Löns” en over de grens werd hij “Der Hermann Löns der Niederlande” genoemd.

Karst (2)

Egbertus Karst jr. samen met zijn trouwe jachthond – Foto: ©Eigen opname

Blijven gedenken

Het land, dat door Löns onze natuurliefhebbers leerde zien, voelde de waarde van zijn schetsen juist aan. In Duitsland zelf was er geen man van zijn formaat op dit terrein. Dit alles mag ons dankbaar doen zijn. Nu hij er niet meer is, past het ons, hem te blijven gedenken. En ervoor zorgen, dat zijn nasporingen over de geschiedenis van Schoonebeek, die hij mede op aandringen van mij, ondernomen heeft, bewerkt worden en een uitgever vinden. Immers, er is niemand, die het grensgebied en zijn culturele achtergronden beter heeft gekend en doorgrond dan hij. Zijn jubileumoverzicht der Gereformeerde Gemeente bij het 100-jarig bestaan getuigt ervan. Zelf werkte hij zich naar de hem toekomende plaats onder de protestants-christelijke schrijvers toe; laten wij daarom voor zijn laatste werk zorgen.

Tekst: ©J. Poortman 1962     –     Bron: Oud-Schoonebeek      –      Meer: Natuurverhalen van E. Karst jr.

___________________________________________________________________________________________

Lees ook: In en om de oude jachthut – Deel 10

____________________________________________________________________________________________________

“Mien olde laand”

De Drentse zanger Ab Drijver bezingt in dit persoonlijke nummer het Drenthe van weleer. De wereld was kleiner dan vandaag aan de dag. Geen internet, geen radio en tv en ook geen social media. Het grootste deel van de bevolking leefde een eenvoudig bestaan waarin voor velen de armoede van vroeger tijden nog dagelijks voelbaar was. Otie (oma) was tevreden met haar simpele bestaan omdat zij voor haar gezin genoeg te eten had en omdat er ‘s winters genoeg hout in het achterhuis lag om de kachel te kunnen stoken.

Ab Drijver

ab_Drijver-p

Ab Drijver

De zanger zingt hier over een wereld die voorbij ging. Hij schreef de auto-biografische tekst op een Amerikaanse country-melodie van de tekstschrijvers en componisten Melba Montgomery, Leslie Satcher en Tim Ryan Rouillier. In de oorspronkelijke versie gaat het om het liefdeslied ‘You And You Alone’. Het lied ‘Mien olde laand’ werd enkele jaren geleden opgenomen en geproduceerd door René Karst in zijn toenmalige DMP studio in Zuidwolde. De eindmix is van Gijs Schouten en René Karst. De laaste is landelijk bekend als zanger-producer. Tegenwoordig heeft hij een media-studio in Hoogeveen.

___________________________________________________________________________________________

Bekijk en beluister het onderstaande filmpje:

 

 

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.de-veluwenaar.nl/2016/04/02/en-om-oude-jachthut-deel-9/