Imker en honingzemer Wout van ‘t Land – Deel 2 – Slot

Wat er daarna gebeurde…

In het voorgaande artikel van 18 augustus jl. herken ik mijn schoonvader ten voeten uit. Hij was in zijn vakgebied ter zake kundig. Hij had met zijn imkerij en honingzemerij  een uniek beroep, waarbij hij  vele uren maakte. Vaak begon hij was te smelten op een tijdstip waarop vroeger de boeren hun koeien gingen melken. Vooral op zomerdagen was het overdag te warm om in de zemerij zijn was te smelten in de vochtige sfeer van kokend water en waterdamp. Hij zorgde dat hij ‘s morgens om negen uur klaar was met smelten.

Anders gezegd 

2 foto van 't Land met korf -liggend-va

Imker en honingzemer Wout van ‘t Land (1922-1994) – Archieffoto: ©Familie Van ‘t Land

In het betreffende artikel staan ook enkele feiten die mijn schoonvader anders gezegd of bedoeld zal hebben. In de eerste plaats wordt er gesproken over kunstraten. Die bestaan eigenlijk niet. Kunstraat (enkelvoud) gebruikte hij wel in de raampjes van zijn bijenkasten, zodat de bijen een goede aanzet hadden om een honingraat op te bouwen. Zijn twee dochters hebben altijd, evenals mijn schoonmoeder, veel waardering gehad voor alles  wat met vaders beroep te maken had. Van ‘t Land nam elk jaar zijn gezin mee naar de mooiste locaties in de polder en op de Veluwe, zoals het Kallenbroek, landgoed Erica en Welna, in de tijd dat de bijen voor hem aan het werk waren. En alles werd fotografisch vastgelegd. Wij hadden er erg in dat zijn beroep een uitstervend beroep was in ons land. Maar de imkerij gaat door, zolang er bloemen en bijen zijn.

imkers bezig

Imkers bezig met het controleren van hun bijenkasten – Archieffoto: ©Familie Van ‘t Land

Koolzaadvelden

De koolzaadhoning-oogst in april – mei was in meerdere jaren goed. Als de raten vol honing waren, dan moest de hele familie mee naar Zuidelijk-Flevoland om ze te ontzegelen met een ontzegelvork. In een honing-slinger werden de raampjes aan weerskanten leeg-gecentrifugeerd. Bij gunstig weer kon dit na enkele weken nog eens herhaald worden en dan waren de koolzaadvelden zo langzamerhand wel weer uitgebloeid

P1020338

Goud-gele koolzaadvelden zover het oog reikt – Foto: ©Louis Fraanje

Overvloedige oogst 

Vooral in de zomermaanden hielp ik mijn schoonvader met het inzetten van  stukjes kunstraat in de raampjes, die hij nodig had  voor zijn bijenkasten of korven, die in de eerste septemberweken op de bloeiende heide op de Veluwe moesten staan. Was het echter regen-achtig in die periode, dan kwam er geen heidehoningoogst en alle moeite was tevergeefs. Ik herinner me  nog goed de overvloedige oogst in september 1976, die hij aan zijn familie toonde. Wat een grote goudgele stukken raathoning. De zwaarbeladen geur van pure nectar  verspreidde zich in de imkerswerkplaats.

draaien aan pers

De oude, zware waspers, die Van ‘Land met een handboom moest bedienen – Archieffoto: ©Familie Van ‘t Land

De oude waspers

Behalve de productie van honing leverde zijn beroep ook de bijenwas. Hij kocht van imkers de ruwe bijenwas, bijvoorbeeld op de bijenmarkten van Eerbeek en Veenendaal.

In zijn werkplaats smolt hij die om tot zuivere bijenwas. Jarenlang had hij daarvoor een  oude, zware waspers, die hij met een  handboom moest bedienen. Dat was zeer intensief  werk. Je kunt het vergelijken met het werk van een paard in een ouderwetse tredmolen. Iedere keer moest een lange paal opnieuw gestoken worden tussen de spijlen van een wiel om de waspers weer iets aan te draaien.

Of je vergelijkt het met Michiel de Ruyter in de touwslagerij in Vlissingen. De ga-a-a-a-anse dag draaide hij aan ‘t grote wiel. Maar Van ‘t Land deed het ‘s nachts als het nog koel was, zoals ik al verteld heb.

 

DSCN6847 - kopie

Bijen op de berenklauwen – Foto: ©Louis Fraanje

De Cotelaer

In Barneveld had hij een  flinke tuin met enkele grote bijenstallen. Een idyllisch plekje was dat. Daar had hij berenklauwen gezaaid, die meer dan drie meter hoog werden . En in de zomer streken de bijen bij duizenden neer op de reuzegrote bloemschermen van deze plant. Dit uniek stukje Barneveld moest verdwijnen voor de bouw van De Cotelaer. Van ‘t Land kon als vervangende locatie voor zijn bijen een terrein huren in het Kallenbroek. Maar voor het zo ver zou komen, kreeg hij in 1985 een hersenbloeding tijdens zijn werkzaamheden op de koolzaadvelden in Flevoland. Zijn levenswerk kwam stil te liggen. De man die van bijen hield, moest ze toch wegdoen.

bijenstal met mensen

Het idyllische plekje van toen ‘de Cotelaer’ in Barneveld, is nu een woonwijk – Archieffoto: ©Familie Van ‘t Land

Dingen die niet voorbijgaan

Voor een man, die zo bezield was door de natuur, was dit een zware beproeving. Maar in de negen jaren, die hij nog mocht leven, kon hij thuis verzorgd worden en zijn aandacht meer en meer richten op de dingen die niet voorbij gaan! Hij overleed op 72-jarige leeftijd op 2 april 1994. Zijn werkplaats, de zemerij aan de Oude Bouwheerstraat werd afgebroken in 2004.

Tenslotte…

Ik denk met veel waardering terug aan de jaren  dat ik  mijn schoonvader en zijn  beroep  in zijn vele facetten heb mogen meemaken. Hij heeft me op vele momenten ingeschakeld in een boeiende wereld die mijn leven hebben verrijkt. Vandaar dat ik met veel interesse  een verzameling van feiten- en fotomateriaal heb aangelegd  om dit uniek stukje familiegeschiedenis te bewaren voor  het nageslacht. Ik dank Louis Fraanje bovendien voor de belangstelling, die hij hiervoor heeft getoond, en in deze dank betrek ik de hele Jac. Gazenbeekstichting.

Tekst: ©Ton Doornenbal, Scherpenzeel 

Copyright foto’s: ©Archief fam. Van ‘t Land – tenzij anders vermeld!

Lees ook het vorige verhaal: Imker Wout van ‘t Land – Deel 2 – Slot

—————————————————————————————————————————————————————-

Honingzemen wat is dat?

Honingzeem = ongepijnde (zonder druk van een pers) honing, het zoetste, het vetste van de honing (dus zonder stuifmeelresten).

Zemerij: honing- of waszemerij; fa-briek(je) waar honing of was bewerkt wordt voor verkoop. Dus; waar honing en was van elkaar worden gescheiden.

Tekst: ©Piet Jager, oud redactielid bijenhouden.nl

 

Weinig beroepsimkers

Centra van honing- en wasbewerking waren Amersfoort (Visser) en verschillende plaatsen in de Gelderse Vallei, zoals Barneveld (Wout van ‘t Land, Renswoude, Scherpenzeel, De Klomp. Ook in Hoogeveen zat in de 19de eeuw een grote honingzemer.

Er waren imkers die de uitgedreven korven of uitgesneden raat naar een honingzemerij brachten. Maar van Van ‘t Land en ook die honingzemer in Hoogeveen is bekend, dat zij de korven bij de imkers op gingen halen. Van ‘t Land had zijn klanten tot in Drente zitten.

Verder zijn er maar heel weinig echte beroepsimkers geweest, nu niet en ook in de 18de en 19de eeuw niet. Maar op de zandgronden in Nederland had elke boer, bijen, schapen en boekweit. Schapen leverden de mest voor de verbouw van boekweit en boekweit was een zeer goede drachtplant, veel beter en zekerder dan de heide.

Tekst: ©Henk Klok, redactielid bijenhouden.nl

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.de-veluwenaar.nl/2014/08/20/imker-en-honingzemer-wout-van-t-land-deel-2/