In gesprek met grofwildkenner jachtopzichter Ton Heekelaar

portret heekellaar-bw-sepia

Jachtopzichter Ton Heekelaar omstreeks 1975

‘Op de jacht leer je enorm veel mensen kennen, daar zijn mensen bij die ik nooit zal vergeten!’

Onverwacht valt het gesprek even stil. Totdat moment hebben zijn ervaringen, herinneringen aan mensen en situaties en zijn visie op natuur en samenleving als een bosbeek gekabbeld, zonder ook maar één moment droog te vallen. Mijn vraag ”Wat is nu eigenlijk het unieke van het vak van jachtopzichter” is blijkbaar toch het overdenken waard. Maar de groene filosoof Ton Heekelaar – waarmee ik tijdens een zomers voorjaarsavond in Velp diepgaand in gesprek ben – komt met een antwoord zoals alleen hij dat geven kan. “Ik las eens in een artikel van Arnold van der Wal, de hoofdredacteur van ”de Nederlandse Jager”, dat een goede jachtopzichter een echte duizendpoot moet zijn. Iemand met een eigen winkel, die op orde gehouden wordt door vakmanschap en door veel uren te maken.

 

arnold van der wal

Arnold van der Wal – Illustratie Rien Poortvliet (†)

Vrijheid en verantwoordelijkheid 

Zelf heb ik altijd genoten van de vrijheid in mijn werk, maar óók van de verantwoordelijkheid die je daarbij droeg. En als je geluk hebt ook de waardering van je broodheren en de jagers waarmee je op pad bent.”

Oud- grofwildjachtopzichter Ton Heekelaar (1944) interviewen is voor mij geen zware opgave. We komen elkaar met tussenpozen al zo’n kleine veertig jaar op de Veluwe tegen en hij is een vlotte en onderhoudende spreker. Die bovendien zijn verhaal onderbouwt met leerzame ervaringen, smakelijke anekdotes en boeiende veldwaarnemingen. Bovendien kent de alom gewaardeerde vakman het grofwild, de leefgebieden en de mensen die betrokken zijn bij het wildbeheer op z’n duimpje. Het gesprek loopt dan ook zo uit dat Heekelaar zich bij het afscheid bijna zorgen maakt of het met zijn verhaal wel goed komt als hij de stapel”hink-stap-sprongaantekeningen” ziet.

 

Vossen uitspitten

Driekus Minnen+vrouw en rechts Gijs van Velthuizen - kopie

Driekus Minnen+vrouw en rechts Gijs van Velthuizen

“Eigenlijk kom ik helemaal niet uit een boswachters- of jachtopzichtersfamilie. Om eerlijk te zijn stroopte mijn opa wel af en toe, want als klein kind viel het me al op dat er altijd wel een haas of konijn in de kelder hing. Maar toen zijn Edese “vriend-in-het-kwaad” zich bekeerde en jachtopzichter werd, stopte hij daar direct mee om hem niet in verlegenheid te brengen. Geboren in Ede, maar vanaf mijn vierde getogen in Velp had ik schoolkameraden waarmee ik veel de bossen introk.

Onder andere de zonen van boswachter Teunissen van Natuurmonumenten. Dus Peter, Bennie en Ton moesten als jongste drijvers mee op een varkensdrijfjacht. Of helpen spitten als er een vos onder zat. Maar omdat “het muntje” bij mij nog niet echt gevallen was, ging ik naar de ambachtschool en leerde daar metaalbewerking. Vervulde vervolgens mijn militaire dienstplicht en het had niet veel gescheeld of ik was weer braaf in de metaalsector aan de slag gegaan. Blijkbaar net op het juiste moment werd me gevraagd of ik niet een half jaar iets anders wilde doen. Jachtopzichter Minnen van de Imbosch ging met pensioen en er was tijdelijk een hulp- jachtopzichter nodig die zijn collega Van Velthuizen van de Onzalige bossen kon assisteren. Tja, dat leek me wel wat. Iets heel anders, buiten zijn en bovendien wat vrijbuiteren!

Jachtopzichters/dienstwoning

Hierbij twee keer een foto van  Driekus Minnen en zijn vrouw met Gijs van Velthuizen. Gelet op het verschil in beide foto’s zijn het aantal tussenliggende jaren. Beide foto’s zijn gemaakt voor de toenmalige  jachtopzichters-dienstwoning in de Imbosch gelegen aan de Lange-Juffer. Na de pensionering van Minnen omstreeks 1964/65 heeft Minnen de woning direct ontruimd. Toen is de woning deels nog als (tijdelijk)vakantie verblijf door Jan- en diens zoon Paul Fentener van Vlissingen bewoond.

Driekus Minnen+vrouw en rechts Gijs van Velthuizen. - kopie

Driekus Minnen + vrouw en Gijs van Velthuizen op het bankje voor de jachtopzichters -dienstwoning op de Imbosch

Volwaardig jachtopzichter 

Mijn grote geluk was dat daarna de vervanger van Minnen niet zo beviel en al weer snel van het toneel verdween. Jachtopzichter Van Velthuizen zag wel wat in mij en haalde mij over de metaalbusiness de rug toe te keren en voorgoed de Veluwse bossen in te trekken. Mijn opleiding bestond eruit dat ik direct alle mogelijke klussen moest aanpakken, dus ook mee om stropers te vangen. Een politie aanstelling had ik niet, maar hij had direct al gezien dat ik als pittige voetballer een topconditie had en iedere stroper die lopen ging, gemakkelijk in kon halen. Vooral als ik mijn laarzen uitschopte, ging ik als op vleugels.

Vanaf 1969 werd het allemaal wat serieuzer. Van Velthuizen stelde de jachtcombinatie Ruys voor mij als volwaardig jachtopzichter in dienst te nemen en in 1969 volgde mijn aanstelling als Onbezoldigd ambtenaar van het Korps Rijkspolitie. Mijn groene loopbaan kon nu écht beginnen! 

_Ton, nazoek met Duitse Jachtterrier

Ton Heekelaar, nazoek met Duitse Jachtterrier – Foto: Archief Heekelaar

Felle stroperij

Jachtopzichter Van Velthuizen was een enorme vakman. Een écht natuurmens die niets ontging, alles van het wild wist en voor de duvel niet bang was. Dat kwam goed uit, want op de Zuid- Veluwe werd nogal gestroopt. Vanouds door de oer- Veluwse mannen en dan nog vrij gemoedelijk. Maar het koppel Van Velthuizen – Heekelaar kreeg in toenemende mate te maken met de pooiers uit het Arnhemse Spijkerkwartier. Die waren of alleen of als team vrijwel steeds in het veld. Te voet of met de auto. Ongewapend en de zaak afloerend, dan opeens mét wapen, lichtbak of strikken. Naast het tellen en voeren van het grofwild en de controle van de rasters, waren we dus 24 uur van de dag alert op stroperij. En liepen permanent de kans op een ontmoeting met het minder fraaie deel van de mensheid. En dat over een oppervlakte van ca. 4.500 ha bos en heide. Met als broodheren de gebroeders Ruys en de heren Fentener van Vlissingen en Van Vollenhoven.

Ton, Bagge + Frislingen, 11-mei-2012 zo-veluwe. DSC_1303

Zeug met biggen. – Foto: Ton Heekelaar

Grote captains of industry, échte liefhebbers van het grofwild, maar mensen met gebrek aan tijd, die dus veel vrienden een plezier deden door hen onder onze leiding grofwild te laten bejagen. Gevolg was dat we eind zestiger jaren vrijwel altijd jachtgasten begeleidden om o.a. gemiddeld zo’n 120 stuks roodwild per jaar af te schieten. Ik heb veel van mijn kennis te danken aan jachtopzichter Van Velthuizen. Een groot man in zijn vak! Maar hij was ook een gevoelige dierenliefhebber die des duivels kon worden als stropers een zeug schoten waarvan de biggen moederloos in het bos achterbleven.”

 

In dienst van Natuurmonumenten

Ton Heekelaar trouwde in 1971 en betrok met zijn vrouw een zeer afgelegen dienstwoning midden in de Imbosch. Maar ook in het ”wilt en bijster land der Veluwe” begonnen donkere wolken over de vliegdennen te trekken. Grondeigenaar Natuurmonumenten voerde na de rampzalige stormen van 1972 en 1973 een intensief bebossings- en uitrasterprogramma door dat de betere delen van het leefgebied voor het roodwild ontoegankelijk maakten. Er begon een zekere anti- jachtstemming te komen, het aantal recreanten, motorcrossers en wildfotografen groeide en groeide. Dus werd het voor de jachtcombinatie steeds minder interessant om enorm te blijven investeren in deze toonaangevende grofwildjacht, waarmee men begin 1977 dan ook stopte.

Jachtopzichters-woning Imbosch nr.6

De zeer afgelegen dienstwoning midden in de Imbosch nr. 6 – Foto: Archief Heekelaar

Mede op advies van zijn in 2001 overleden collega/leermeester besloot Ton in 1973 de stap te wagen om in dienst te treden van Natuurmonumenten. Aanvankelijk als jachtopzichter met de hulp van gastjagers, later als de faunabeheerder van Natuurmonumenten.Ton Heekelaar heeft vanaf zijn trouwdag op 28 december 1971 – als
jachtopzichter – die afgelegen woning in de Imbosch bewoond tot 1989. Na het overlijden van moeder Heekelaar te Velp in februari 1989 is Ton in het ouderlijk huis te Velp gaan wonen tot heden.

Na diens vertrek is kort daarna de afgelegen voormalige jachtopzichters/dienstwoning van Natuurmonumenten bewoond door Karel van der Heijden(voormalig beheerder-NM, thans een andere functie bij NM) en zijn vrouw.

 

_Ton- Hercules nr 13 op 15-dec-2009 te R-dael DSC0823

Hert ‘Hercules’. – Foto: Ton Heekelaar

Een passie voor vossen en fraaie bomen

“Ik heb vanuit de jacht enorm veel mensen leren kennen. Sommigen vergeet je snel. Anderen blijven je je leven lang bij. Iemand waar ik altijd graag mee op pad ging, was Rien Poortvliet. Een gedreven natuurliefhebber en jager. Waarschijnlijk ontmoette Poortvliet de gebroeders Ruys tijdens jachten op de Kroondomeinen en kwam hij op hun verzoek ook eens kijken in de Imbosch en de Onzalige bossen.
Al gauw ging hij regelmatig mee om kaalwild te schieten. Toen Paul Fentener van Vlissingen (zoon van een van de jachtcombinanten) het standaardwerk ”Roodwild op de korrel” ging schrijven – en opdroeg aan zijn vader – verzekerde hij zich van de klasse illustraties van de hand van Poortvliet. Als tegenprestatie mocht hij nog vaker met mij mee en kon ik hem ook al eens een mikkerige spitser of een zesender laten schieten. Hij was enorm gedreven, een prima kogelschutter en iemand die altijd precies wist waar zijn schot zat. Maar ook iemand met altijd veel geluk op jacht. Voor mijn gevoel stond hij op het juiste moment altijd op de juiste plek. Hield ook in spannende situaties het hoofd koel en reageerde dan als een echte vakman.

tek-poortvliet-hoogzit

Tekening uit het logboek van Rien Poortvliet (†)

Rien met pijp

Rien Poortvliet (†)

Naast zijn passie voor vossen, had hij ook een enorme liefhebberij in fraaie bomen

Ton, stop hier eens even” ging het dan. “Wat heeft onze lieve Heer hier een pracht exemplaar laten groeien!” Het ging dan niet om een dikke en kaarsrechte douglas, maar om zo’n grillige oerboom die hem als kunstenaar enorm aansprak. Dat zijn mensen die je nooit zult vergeten!”

Door: Jaap Beekhuis

Met dank aan…

Tok Poortvliet die uit het beroemde logboek van zijn vader spontaan twee illustraties ter beschikking stelde. Rien en zoon Poortvliet waren vaak samen op de Veluwe te vinden om grofwild te observeren en te bejagen onder leiding van de jachtopzichters van de Kroondomeinen, Speulderbos, Imbosch en Onzalige Bossen

Met toestemming overgenomen uit:  De Jachtopzichter 08-06-2011

—————————————————————————————————————————————————————-

Jagen met de camera…

DC_9446-bw - kopienieuw

Ton Heekelaar op jacht met de camera. – Foto: Louis Fraanje

Ton Heekelaar is voor de vaste bezoeker van de Veluwenaar geen onbekende, over zijn ervaringen als jachtopzichter schreef hij een vierdelige serie verhalen: “Grofwildstroperij uit de oude doos”.

Daarnaast schreef hij een driedelige serie verhalen: “Herinneringen aan Rien Poortvliet” en een prachtig verhaal over de markante en kleurrijke paardenman “Daan Modderman“.

Vanwege zijn grote hobby als natuurfotograaf, kunnen wij genieten van zijn schitterende foto’s, voorzien van mooie verhalen in “Jagen met de camera”.

In één van zijn verhalen “Jagen met de camera” zegt hij:

“Als gepensioneerd faunabeheerder van Vereniging Natuurmonumenten, standplaats Nationaal Park Veluwezoom, heeft -beroepshalve- jagen met het geweer na 45-jaar grotendeels plaats gemaakt voor mijn grote hobby jagen met de camera. De laatste jaren sta ik in dubio of ik mijn jachtakte nog wel zal verlengen. Met de camera ben ik namelijk het gehele jaar actief, dit in tegenstelling tot jagen met het geweer. Laat ik direct hierbij duidelijk stellen dat ik de belevingswaarde van beide natuur-activiteiten nagenoeg hetzelfde heb ervaren. Tijdens beide is het uitgangspunt hetzelfde:’bemachtingsdrang’.”  

Meer verhalen van Ton Heekelaar 

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.de-veluwenaar.nl/2014/08/14/gesprek-met-grofwildkenner-jachtopzichter-ton-heekelaar/