Mijn vader en zijn Veluwe – Deel 6

Henny Stel (1914-2012)

Henny Stel (1914-2012)

De Vogelbeschermingswacht Zuidwest-Veluwe

5e. Weer een maand later kreeg mijn vader op 8 juli 1954 bezoek van de heren Jan Albers en Jan Dekker, vertegenwoordigers van de regionale Vogelbeschermingswacht “Zuidwest-Veluwe”. Het kon niet uitblijven, dat hij ook lid werd van deze vereniging van enthousiaste vogelaars, die hun hobby wel serieus, maar niet zo wetenschappelijk benaderden als die van de “Vogelwerkgroep Wageningen”.

De Vogelbeschermingswacht “Zuidwest-Veluwe” (de eerste in Gelderland) was 3½ jaar daarvoor, op 4 januari 1951, opgericht door o.a. Jan Albers, die sindsdien voorzitter was. Vaak ging ik in die jaren even met pa bij Jan Albers langs, die toen aan de Driehoek, in het centrum van Ede, woonde. In april 1953 was het eerste nummer van het tijdschrift “Wiek en Sneb” verschenen met als redactieadres het adres van Jan Albers in Ede. Dit blad zou in 1956 worden opgevolgd door het nu nog bestaande tijdschrift “Het Vogeljaar”.

Jan Albers (Foto: 1990), geboren in 1922 in Zaandam, hij zou al in  1958 teruggaan naar zijn geboortestreek.

Pa en Jan zouden steeds contact blijven houden, tot op hoge leeftijd. Ze overleden kort na elkaar, Jan in 2011 en pa in 2012.
Ondertussen werd er door de kersverse “natuurwachters” om de 14 dagen vergaderd. Dat gebeurde op woensdagavond in het voormalige restaurant “Calluna”, Van Pabstlaan 1 (achter het openluchttheater), in de jaren daarna ook wel in restaurant “Buitenzorg”, Amsterdamseweg 19 in Ede.

Restaurant Calluna

Restaurant Calluna

Restaurant Buitenzorg

Restaurant Buitenzorg

 

 

 

 

 

 

Na de oprichtingsvergadering van de “Natuurbeschermingswacht Ede” in mei 1954 volgde op maandag 11 oktober 1954 in hotel “Het Hof van Gelderland” de installatievergadering. Tijdens die vergadering werd tot penningmeester benoemd dhr. J. van den Berg, wat tot gevolg had, dat naast de voorzitter en de secretaris
ook de penningmeester uit het gemeentehuis afkomstig was.

De Sterrenberg in Ede

De Sterrenberg in Ede

Ik weet nog goed, dat ik vaak met mijn vader ergens in de “Sterrenberg” bij een van deze heren in hun werkkamer ben geweest, als er even wat geregeld moest worden.

De Sterrenberg

De “Sterrenberg” (Bergstraat 41) was het gemeentehuis van Ede van 1942, toen het oude gemeentehuis aan de Notaris Fischerstraat was afgebrand, tot 1977. In dat jaar zou het huidige
raadhuis worden geopend.

Op die maandagavond in oktober 1954 werden 54 natuurwachters officieel geïnstalleerd door voorzitter M. Wiegeraadt.

Zij allen ontvingen een identiteitskaart (▼), een armband en een penning (▼), als teken, dat ze als natuurwachter optraden. Gestempelde handtekening (▼) van burgemeester Oldenhof.

De penning

De penning

Insigne en logo

Insigne en logo

 

 

 

 

 

 

 

Insigne

Mijn vader droeg in de jaren ’50 bovendien altijd het insigne op de revers van zijn colbert.  Het embleem, de witte waterlelie op het groene blad (als teken van de “reinheid in de natuur”), was bedacht door de hoofdleider van de nationale “Bond van Natuur-beschermingswachten” dr. Joh. H. van Burkom (oud-docent biologie aan de Rijks-HBS in Gouda).
De “Bond van Natuurbeschermingswachten” was in 1948 opgericht en voortgekomen uit de “Bond tegen Verontreiniging van Natuur en Stad” (zie de tekst op de penning, die ook in 1954 blijkbaar nog werd gebruikt).
De waterlelie op het groene blad is nu nog steeds het logo van het I.V.N., het in 1960, als opvolger van de “Bond van Natuurbeschermingswachten”, opgerichte “Instituut voor Natuurbeschermingseducatie”.
Natuurwachten werden natuurgidsen.

“De heer H. Stel, leider van de Edese natuurbeschermingswacht, resumeerde de werkzaamheden van deze zomer. Vrijwel steeds kon in goede harmonie een oplossing gevonden worden en ernstige gevallen kwamen weinig voor. Slechts tweemaal werd proces-verbaal opgemaakt. In de komende weken zal in het bijzonder gelet worden op het plukken van rood eikenblad en het halen van strooisel en straks, tegen Kerstmis, op het kappen van denneboompjes”, aldus het verslag van de hiervoor besproken vergadering in de Edesche Courant van 13 oktober 1954.

De meeste vernielingen werden overigens aangericht door militaire voertuigen tijdens grote oefeningen. Overleg met de militaire autoriteiten had tot resultaat, dat het Edese Bos en de Sysselt voortaan voor militair verkeer verboden waren.

Nog in datzelfde jaar verscheen er een mededelingenblad.

Zoals in bovengenoemd krantenartikel was aangekondigd, werden er op verzoek van en met hulp van de “Natuurwacht” voor de Kerst van 1954
op verschillende, strategische plaatsen bij de toegangen van o.a. het Edese Bos, de Sijsselt, de Ginkel en Kernhem borden geplaatst met verschillende opschriften, zoals “Geen Kerstfeest bij een gestolen kerstboom”, “Een kerstboom is geen roofobject, men koopt er een dat is correct”, “Vrij mag men door de bossen gaan, als men de kerstboom maar laat staan” en “De bomen die hier zijn geplant, behoren niet in rovershand”.

Mijn vader maakte een foto van zo’n bord langs de weg - Foto: Archief Henk Stel

Mijn vader maakte een foto van zo’n bord langs de weg – Foto: Archief Henk Stel

Lees ook: Mijn vader en zijn Veluwe – Deel 7

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.de-veluwenaar.nl/2020/09/30/mijn-vader-en-zijn-veluwe-deel-6/