Een ‘Reus’ is geveld, maar een ‘Koningskind’ is geboren!

DSCN8971

De jonge schaapherder Cos Mouw – Foto: ©Brand Overeem

Voor mijn vriend Cos Mouw (1943-2014)

We hebben veel gesprekken gevoerd samen, die over van alles en iedereen gingen. Over ‘vrogger’ en over de ‘opgejaogde tied’ van tegenwoordig etc. etc.
Maar nu gaat het over jou, over “Cornelis oftewel Cos Mouw”, de scheper uut Elspeet, die in de loop der jaren mijn beste vriend is geworden. Een echte vriend mag ik gerust zeggen! Want tegenwoordig hebben mensen op facebook, zoveel vrienden, dat ze zelf niet eens weten, hoe of ze allemaal wel mogen heten. Veel vrienden is fijn, maar ‘echte’ vrienden, daar moet je zuinig op zijn!

Levensloop

Maar voordat ik daarover iets ga zeggen, wil ik toch heel kort je levensloop citeren: En dan sluit ik mij aan bij de enkele woorden van de inmiddels overleden journalist Roel Leenknecht die in de jaren ’80 een dag in april met je op stap was, want beter had ik het zelf niet kunnen verwoorden:

Laatste der Mohikanen

“Echte schaapherders kom je zelden meer tegen. Cos Mouw uit Elspeet is een van de laatste der Mohikanen. Zijn wieg stond in Uddel, op 10 januari 1943 werd hij geboren. Twee jaar later gingen zijn ouders naar Elspeet.
Daar op de boerderij, is hij groot geworden, altijd tussen klein en groot vee. Vooral graag bij de schapen. Toen hij 23 jaar was, begon hij voor zichzelf en zo is het altijd gebleven.

5242-z

Schaapherder Willem Mouw

In het voetspoor…

Hiermee trad Cos letterlijk en figuurlijk in het voetspoor van zijn oom de bekende Veluwse schaapherder Willem Mouw (1887–1973). Over Willem Mouw is veel geschreven en hij is ook veelvuldig gefotografeerd. De foto’s van hem samen met de honden en kudde zijn over de hele wereld verspreid. Hij droeg altijd zwarte kleren en op zijn hoofd had hij een kleine ronde zwarte Veluwse pet.

De uit 1975 daterende schaapskooi midden in Elspeet was en is nog altijd de thuishaven voor de kudde wollige volgelingen. Ze plegen daar vooral de barre wintermaanden te bivakkeren. Het zijn kruissingen van het Veluwse heideschaap en Zeeuwse zwartkop-rammen.

Werk genoeg, vooral in de wintertijd, dat levert het meeste werk, zeven dagen per week de volle aandacht, want schurft, rotkreupel en oogziekte via een besmette ram, kunnen veel narigheid opleveren. Cos klaagt niet, hij is gek op dit werk en zou het voor geen geld kunnen missen.

DSCN8975

Op de boerderij in Elspeet – Foto: ©Brand Overeem

Net als zijn vader

Een gezonde ‘bonk’, die wel eens een borreltje voor het eten pakt, maar niets van dat spul onderweg meeneemt.
Hij weet ook wat goed is voor zijn schapen, rogge en mais. Die verbouwt hij, net als zijn vader vroeger, op het gemengde bedrijfje in het vriendelijke Elspeet, het dorp, waar de boerderijen met de kop op de kerk worden gebouwd.

In het veld hield Lottie, de onvermoeibare collie de familie goed bij elkaar. Cos voerde aan de hand een Duitse herder mee.

“Die wilde ook nog zo graag, maar de jaartjes hadden zijn conditie verminderd. Toch blijft ie meegaan, al is ie versleten en zeer dicht bij zijn einde”. zegt Cos er aan toevoegend: “Ik ga de hei niet op, het is te fris, ik blijf mooi in het bos”. Daar, in de luwte hebben we lang gepraat. Over een zeldzaam geworden beroep. Dat alleen maar pure toewijding kent! Cos Mouw is een gewone man gebleven, geen filosoof, maar wel een kind van heide en bos, waar men wijsheid opdoet, als men heel goed kan luisteren”.

Tot zover Roel Leenknecht

SONY DSC

Herder Cos, dwalend met zijn kudde over de Elspeter Heide – Foto: ©Louis Fraanje

Geen gebrek aan humor

SONY DSC

Herder Cos Mouw op pad met zijn Mechelse herder Tromp – Foto: ©Louis Fraanje

Tijdens de vakantiedagen in de zomer was Cos een toeristische attractie. Dan stond hij tussen de schapen bij de kooi en vermaakte zijn publiek.

Ik weet nog goed dat er een keer een mevrouw uit het publiek aan Cos vroeg: “Meneer de schaapherder, wat zijn dat voor soort schapen?” Waarop Cos antwoorde: “Zwartkoppen!” De mevrouw reageerde: “Ja, maar ik bedoel wat voor soort, want ik was in Engeland en daar zag ik ook zo’n soort schaap, en… bla…bla…”. Cos zijn antwoord klonk kort en krachtig, misschien ook wel wat bot: “Maar we zijn hier niet in Engeland!” Klip en klaar, oftewel kort en bondig.

Aan humor ontbrak het hem ook niet. Ik vroeg eens: “Cos, hier in deze omgeving wonen heel veel mensen met de achternaam Mouw, hoeveel Mouwen zijn hier wel?” Weet u wat ik als antwoord kreeg: “Hoeveel mouwen? Nou… meer dan jassen!” En daar kon ik het mee doen.

Zijn geesteskind

In december 2008 zal Cos in verband met lichamelijke klachten zijn werkzaamheden beëindigen. Het valt hem zwaar en dat is niet verwonderlijk. De kudde is zijn eigendom, zijn geesteskind, kortom zijn… alles, meer dan veertig jaar lang, en die moet nu weg? Dat kan toch niet waar zijn? Een periode van grote onzekerheid was nu aangebroken.

Vele, vaak emotionele, gesprekken hebben we gevoerd samen met Christien. En… daarbij mogen we zeker oud-dierenarts en huisvriend Hans Kok niet vergeten. Zijn onvermoeibare inzet, en ik zal niet in details treden, maar… die was enorm. In Nunspeet wordt veel overleg gepleegd met de gemeente, dit alles resulteerde uiteindelijk in een stichting, die de redding betekende voor de kudde van Elspeet.

Herderin Christien, de vrouw van Cos zal de kudde blijven hoeden. Ook wordt er een schaapherder in dienst genomen. De eerste tijd is dat Hanjo Diepeveen, die later opgevolgd wordt door de huidige herder Gartman. Hij is niet onbekend met de verzorging van de schapen, want als jonge jongen hielp hij vaak bij Cos in de kooi. “En het hoeden van de schapen op de hei is dankzij mijn hond Jur iedere dag weer een feestje. Jur is gefokt en getraind door schaapherder Henk van den Brandhof, herder uit Ede. Hij weet wat een herder nodig heeft”, aldus Gartman. Later wordt Henri Lokhorst daar nog aan toegevoegd.

P366 - kopie

Cos en Christien, zoon Evert knielend bij het schaapscheren – Foto: ©Louis Fraanje

Even stilte

Het jaarlijkse schaapscheerdersfeest in juli, waarbij ook Evert, je zoon – die geen schaapherder is geworden – maar wel altijd met veel liefde door de knieën gaat om de schapen te scheren.

En… waarbij het gezamenlijke broodeten aan de lange tafel een hoogtepunt was, met Cos Mouw als een vader aan het hoofdeinde! Waar tussen al het wereldse rumoer, even stilte werd gevraagd voor het eten. Een misschien ouderwetse, maar goede gewoonte, waarmee je die Grote Herder eerde.

P432

De lange eettafel vol met schaapherders en scheerders tijdens de middagpauze. Linksvoor aan het hoofdeinde Cos en rechts Christien en Evert met zwarte T-shirt – Foto: ©Louis Fraanje

En hierbij spreek ik de wens uit, dat deze gewoonte nooit zal verdwijnen. Niet alleen als eerbetoon aan Hem, wat natuurlijk het Allergrootste is, maar ook ter nagedachtenis aan jou Cos.

Om des tijds wille zal ik het niet te lang maken. Ik heb veel aan mijn grote vriend te danken. Veel van hem geleerd en zo af en toe kon hij ook best eens een steek ‘onder water’ geven, maar hij was altijd eerlijk. Draaide nooit om de ‘brij’ heen, als hij het niks vond, dan zei hij dat ook. Maar… in grote lijnen zaten we dicht bij elkaar, hadden we iets gezamenlijks, zaten we op dezelfde golflengte en waren we ‘gelijkgestemd’. Veluwenaren onder elkaar, die soms ook zonder veel woorden elkaar begrepen. In dat opzicht konden we wel broers zijn en zag ik hem als mijn grote broer.
Chistien heeft daar ooit eens een mooi verhaal over geschreven in haar boek: Van lammertijd tot lammertijd, met de welluidende titel: “De Schaapherder en de Verhalenverteller”!

DSC_9550-kl

Twee vrienden praten in hun eigen ‘Moerstaol’ – Foto: ©Fransien Fraanje

Veluwse verhalen

Och, ja, die oude Veluwse verhalen waar we samen zo ontzettend veel van hielden. Uit een tijd toen alles nog kleinschalig was, het echte ouderwetse en eenvoudige boerenleven, waar de ‘puurheid’ en ook wel een beetje ‘nostalgie’ van af stroomde. En… dan in onze eigen ‘Moerstaol. Dan genoten we beiden met volle teugen!
Mede daarom is het misschien aan de ene kant wel triest, dat je juist tussen de koeien ten val kwam. Want de boerderij van Hans de Weerd, en Gerrie, daar kon je nog het boerenleven ervaren, zoals jij dat vroeger gewend was en hielp er ook met het voeren van de koeien en dergelijke.

Tenslotte…

Natuurlijk kan zo’n koe er niks aan doen, dat iemand achter zijn horens blijft haken. En natuurlijk doet dan, op zo’n tragisch moment, iedereen zijn ‘uiterste’ best. En wordt er thuis nog van alles geprobeerd wat in een mens zijn vermogen ligt, maar dan moet je toch, hoe dan ook naar het ziekenhuis in Apeldoorn.

SONY DSC

De schaapherder Cos Mouw met zijn trouwe hond Tromp – Foto: ©Louis Fraanje

Bonk van een kerel

Samen met mijn vrouw Fransien, die ook een warm plekje in haar hart heeft voor jou, togen we naar Apeldoorn. Daar ontmoeten we elkaar weer, in een toestand, zoals we je niet eerder zagen. Daar lag die ‘bonk’ van een kerel, je kon bijna niet meer praten. Toch probeerde je het wel.
Onze wederzijdse blikken spraken boekdelen. Ik pakte je hand vast en mompelde wat, over vrijbuiters onder elkaar of zoiets, het stelde zo weinig voor, maar we begrepen elkaar.

Mijn Verlosser leeft

Opeens kwam je half overeind, en sprak de historische woorden: “Louis… ik weet, mijn Verlosser leeft! En… dat hebben jullie ook nodig in je leven!” En wie geen vreemdeling in Jeruzalem is, weet meteen wat ik bedoel!

Emotionele boodschap

Met die boodschap in ons geheugen gegrift, namen wij bedroefd en tegelijkertijd ook heel erg blij om die mooie emotionele woorden, afscheid van onze grote vriend, niet wetende, dat het al zo snel zou aflopen.

Niet gemakkelijk

Tot slot wil ik jou Christien als achterblijvende weduwe en waarde zoon Evert en geliefde Mireille, met haar schitterende achternaam ‘Schaap’ (what’s in a name) en naaste familie, vrienden en niet te vergeten het bestuur en alle vrijwilligers van de Schaapskudde, die hier aanwezig zijn, heel veel sterkte toewensen.

Beste Christien en Evert met z’n deerntje, het zal zeker de komende tijd niet gemakkelijk zijn voor jullie, maar vergeet nooit dat Cos met al zijn gebreken en hebbelijke- en onhebbelijke dingen, van jullie hield. Maar dat hoef ik niet te benadrukken, dat weten jullie zelf ook best.

“Een ‘Reus’ is geveld, maar een ‘Koningskind’ is geboren!”

Mooiere boodschap kan ik jullie allen in deze Adventstijd, de tijd van voorbereiding op het Kerstfeest; de tijd waarin de komst en wederkomst van Jezus Christus wordt verwacht, niet meegeven!

Je vriend Louis Fraanje  

Ook voorgelezen aan het begin van de rouwdienst op de begrafenis, die zaterdag 6 december 2014 in de Hervormde kerk van Elspeet heeft plaatsgevonden.  Meer: Rouwdienst (mp3)—–

Met dank aanBrand Overeem voor het gebruik van zijn prachtige zwart/wit foto’s.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.de-veluwenaar.nl/2014/12/06/een-reus-geveld-maar-een-kind-geboren/