Zand er over – 1
Het Wekeromse zand door de eeuwen heen

Het Wekeromse Zand voor de werkzaamheden - foto: Louis Fraanje (klik om de hele foto te zien)

Het Wekeromse Zand voor de werkzaamheden – foto: Louis Fraanje
(klik om de hele foto te zien)

Wekeromse_Zand_Plattegrond. In het oosten van Lunteren ligt het Wekeromse Zand. In de afgelopen 200 jaar is deze zandverstuiving langzaam bijna dichtgegroeid.   Actief stuivend zand komt in noord-west Europa buiten Nederland bijna niet meer voor. Dit maakt het Wekeromse Zand geomorfologisch (=.landschapskundig), ecologisch en cultuurhistorisch erg waardevol. Geldersch Landschap en Kastelen, de eigenaar van dit gebied, heeft sinds kort haar herstel- en onderhouds-werkzaamheden op het Wekeromse Zand afgerond. Om het zand verstuivend te houden is, op grote stukken van het gebied, de bovenste laag van de grond afgeplagd en zijn bomen verwijderd. Zo krijgt het zand weer vrij spel. Ook kunnen diverse planten- en vogelsoorten weer profiteren van de gedeeltelijke metamorfose van het stuifzand in Lunteren. . .

Notaris Dinger

Notaris Dinger

Notaris Mr. Rutgerus Dinger Het is aan de Lunterse notaris Mr. R. Dinger te danken dat het stuifzand van het Wekeromse Zand in stand bleef.   De heidevelden ten oosten van Meulunteren, ten zuiden van de Valk en ten zuid-westen van Wekerom waren vanaf de middeleeuwen gemeenschappelijk bezit van de bewoners, de keuterboeren van de schrale zandgrond.     Zij lieten hun schapen op de woeste gronden weiden en staken plaggen.   De heide kreeg geen kans om te herstellen waardoor de bodem, het zand, ging stuiven.   In de volksmond heet het gebied dan ook, nog steeds, ‘t Zaand. Het ligt op Lunters grondgebied en notaris Dinger kocht het stukje bij beetje aan. Het noord-westelijke deel werd in de 19e eeuw het Valksche Zand genoemd naar het Lunterse buurtschap De Valk. Het bestaat uit bos, heide en bouwland en een uniek zandverstuivingsgebied. In 1800 besloeg de zandverstuiving ongeveer 300 ha. maar in 1900 was daar ongeveer nog maar de helft van over. In 1930 verkocht notaris Dinger het terrein aan E.H. Kerkhoven, die eveneens het behoud van de zandverstuiving voor ogen had.  Kerkhoven bracht het bezit onder in een N.V. en wist het uit te breiden van 350 tot 420 ha. In 1956 werden alle aandelen van de N.V. door het Geldersch Landschap gekocht waarmee het gehele Wekeromse Zand in bezit van het Geldersch Landschap kwam. In 1960 was de zandverstuiving nog maar 40 hectare groot. Begin 1993 besloeg het stuifzand nog maar 14 hectare. In 2006 werden de Lunterse Raatakkers aangekocht door het Geldersch Landschap en Kastelen en werd dit stuk aan het Wekeromse Zand toegevoegd. Daardoor is het totale gebied nu 513 hectare groot.

ven

In gesprek bij een vennetje op het Wekeromse zand.
(Foto: VPRO-TV)

’t Zaand Op de hogere delen van de Veluwe waren vele woeste gronden en enkele zandverstuivingen. Zo ook in Lunteren en omgeving.   De noord-oostrand van de Lunterse zandverstuiving bestaat uit een hoge grenswal.    Deze wal is door de boeren in de zestiende eeuw aangelegd en met eiken beplant ter bescherming van de aangrenzende landbouw-gronden in de Wekeromse Eng en de Wekeromse Meent.    De wal werd aan het eind van de negentiende en begin twintigste eeuw ingeplant met grove den om verdere verstuiving te voorkomen. Het kan er regelmatig spoken. Door de wind zijn sommige delen van de zandverstuiving zelfs weg geblazen tot onder het waterpeil.    Dit zijn mooie vennetjes geworden. . Vlak bij een van deze vennetjes is het verschil tussen het dekzand en stuifzand goed te zien.   Het dekzand is helder geel omdat het geen humusdeeltjes bevat.   Het stuifzand is okergeel omdat het wel humusdeeltjes, afkomstig van verstoven bodem, bevat.   Tussen het dekzand en het stuifzand is in de bodem soms nog een donker gekleurde laag aan te treffen.   Die donkere kleur komt door organisch materiaal zoals heide en gras. Door het stuifzand ontstaan grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Omdat water nauwelijks wordt vastgehouden is bij wind het zand de bevreesde beul van de natuur.   Daardoor kunnen er bijna geen planten overleven. Zeldzame planten De plantensoorten die het in het schrale zand wel redden zijn buntgras en zandzegge. Aan de rand komt het zand vast te liggen door een dun laagje alg. De algen vormen een voedingsbodem voor planten. Heidespurrie, een eenjarig plantje met kleine witte bloempjes dat vroeg in het voorjaar bloeit, houdt ook stand.

Bekermos - Foto: Louis Fraanje (Klik om te vergroten)

Bekermos – Foto: Louis Fraanje
(Klik om te vergroten)

Mossen als ruig haarmos, met haar roodbruine tooi, en korstmossen zoals bekermos, heidelucifer en rendiermos zijn eveneens liefhebber van deze bodemsamenstelling.  Korstmossen zijn schimmels en hebben geen bladgroen dat voor voedsel zorgt.  Ze worden gevoed door de algen die op hun beurt weer worden beschermd tegen uitdroging. MossenAls het zand eenmaal vast ligt steken ook jonge boompjes zoals den en eik de kop op en langzaam verandert het stuifzand in bos. De diversiteit aan korstmossen is zeldzaam en draagt bij aan de waarde van dit gebied, alsmede de vele paddenstoelen, waaronder de zeldzame gele ridderzwam, de witbruine ridderzwam en de dennensatijnzwam. PaddestoelenTevens groeien er klein warkruid en verschillende soorten wolfsklauw. Wild Op het terrein zijn twee dassenburchten met een gezonde populatie. Op de heideterreinen en het stuifzand zorgt een kudde moeflons voor het kort houden van de vegetatie en het openhouden van het stuifzand.

Moeflons - Foto: Louis Fraanje klik om de hele foto te zien

Moeflons – Foto: Louis Fraanje
klik om de hele foto te zien

Er scharrelen wilde zwijnen, en er struinen reeën rond. In 2007 zijn vijf koeien en een stier van het Deense zwartbonte ras Sortbroget Jysk Malkerace op de heide in het Wekeromse Zand geïntroduceerd.    Daarnaast zijn er echte kleinere heiderunderen aan het groepje toegevoegd om zo de runderen die vroeger, voor 1950, op de Veluwe graasden weer terug te krijgen.Runderen Het Wekeromse zand is ook een waardevol faunagebied voor insecten. In het stuifzand zelf houdt zich onder andere de mierenleeuw op.   Een insect waarvan de larve in een valkuil in het zand op voorbijkomende insecten wacht. De bijenwolf is een kever waarvan de larven zich in de nesten van bijen tegoed doen aan de bijenpoppen. De kleine heivlinder profiteert van de aanwezigheid van zowel heide als stuifzand.   De laatste tijd worden ook steeds meer hopen van de rode bosmier gesignaleerd.Insecten Waar veel insecten zijn houden zich ook veel vogels op. Met name op de heideterreinen en de zandverstuivingen zijn bijzondere soorten als de klapekster, de nachtzwaluw en de geelgors veel te vinden. Ook de raaf is een vaste bewoner van het gebied. Een aantal van deze vogelsoorten zijn terug dankzij de herstelwerkzaamheden aan de Lunterse zandverstuiving in 1993.Vogels De Lunterse Raatakkers Sinds 2006 maken de Lunterse Raatakkers deel uit van het Wekeromse Zand.  Ze zijn onlosmakelijk met het gebied verbonden. Aan de noord-west rand van de zandverstuiving, ten oosten van de Germaanse Put, liggen sinds mensenheugenis de Lunterse Raatakkers. Het begrip raatakkers is ontleend aan de raatstructuur van de akkers. Raatakkers komen voor in noord-west Europa en een aantal landen daaromheen. In Nederland zijn duizenden hectaren bekend. Met name op de zandgronden in Drenthe en op de Veluwe zijn grote aantallen gevonden. Raatakkers is de hedendaagse Nederlandse benaming voor het oudere maar foutieve “Celtic Fields” (Keltische velden) dat in 1923 door Engelse archeologen bedacht is. Het is een onjuiste benaming omdat al snel bleek dat de akkers niets met Kelten te maken hebben. Helaas heeft de naam raatakkers de onjuiste Engelse benaming tot op heden niet helemaal kunnen vervangen. De raatakkers in Lunteren zijn de bekendste van Nederland.

De raatakkers bij het Wekeromse zand. foto Heli-Aviation.nl

De raatakkers bij het Wekeromse zand.
foto Heli-Aviation.nl

 Klik hier om deel 2 te lezen

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.de-veluwenaar.nl/2013/07/16/zand-er-over-1het-wekeromse-zand-door-de-eeuwen-heen/