Lokroep van het vrije veld – Deel 6 – Slot

6 - kl-DSC_1735 - kopieSporen op het wildpad

De das, de grappige beerachtige rover met zijn zwartwit gestreepte snuit moet ook in redelijk aantal voorkomen in het gebied. Jan Venema kent de liefhebber van de nacht echter alleen van de sporen die hij in het zand van karrespoor en wildpad vindt. Al de zeventien jaar dat hij hier rondzwerft, heeft hij nooit een ontmoeting met de das gehad. Hert, moeflon en wild zwijn zijn echter de vaste gezellen op de tochten door het revier. In september en oktober melden zich de moeflons al van ver. Op een kilometer afstand laten ze van hun aanwezigheid blijken. De van geweldige draaihorens voorziene rammen klappen dan met de koppen tegen elkaar dat het davert.

Verhitte gemoederen

De bronsttijd is begonnen en de haarschapen zoeken uit wie de meeste ooien mag dekken. Dat wordt vechten. Even staan ze tegenover elkaar, dan doen ze een paar passen terug voor een stormloop met gebogen kop. Onbesuisd stormen ze er op los. Een enkele keer raken de kromme horens van de vechtjassen in elkaar verstrengeld. Ze hebben geluk als de jachtopzichters dat ontdekken. Die werpen zich op de isabelkleurige, van een witte zadelvlek voorziene lijven en halen de driftige heertjes uit elkaar. Zodat ze er weer lustig op los kunnen bonken als bronstige ooitjes de gemoederen verhitten.

DC_8757-bw

Onbesuisd stormen de moeflonrammen er op los – Foto: ©Louis Fraanje

Het huis bij de ingang

Venema’s auto rammelt over het wildrooster, langs het museum en dan linksaf naar het huis bij de Ingang Otterlo. Daar leven hij en zijn vrouw en zijn kinderen tussen de hertegeweien, huiden van das en ree, wildfoto’s en opgezette uilen, wandbordjes en tegeltjes met jachttaferelen. Hier, buiten de wildbaan, leven de wilde zwijnen van de Hoge Veluwe. Hij ziet hoe ze in de nacht de wegberm hebben omgewoeld. De zeugen hebben nu al grote biggen bij zich. Frischlingen noemt de jager dat zwijnekroost. Soms grijpt de vos zo’n biggetje. Meestal het zwakste, dat achteraan loopt. Zomers hebben de zeugen wel tomen van twaalf, dertien biggen bij zich. De winterstand van zestig is dan op de zomerse sterkte van tegen de 175 dieren gebracht. Vroeger waren er teveel zwijnen op de Hoge Veluwe. Meer dan driehonderd. De dieren wroetten alles overhoop. Geen plant kreeg meer een kans.

huis-poort - kopie

De jachtopzichterswoning bij de ingang Otterlo in de winter – ©Eigen foto

Zwijnenavontuur

Jan Venema herinnert zich een zwijnen-avontuur. Op een mooie winterdag. Er lag toen wel veertig centimeter sneeuw op de Hoge Veluwe en daarboven glansde de bleke winterzon. Hij patrouilleerde samen met een collega, die een jachtterrier bij zich had. Op een wegsplitsing scheidden hun wegen. Een paar minuten later klonk een angstschreeuw. Van iemand die Magere Hein in de holle ogen keek. Venema rende zijn collega achterna, want het kon niet anders, of daar werd iemand gekeeld. Toen zag hij de hond in de sneeuw liggen. Opengehaald. Zijn collega hing aan een boomtak, de benen opgetrokken met onder zich een geweldig everzwijn. Dat dier had zich onder laten sneeuwen en de opzichter was er pardoes bovenop gelopen. Zoiets neemt een varken niet. Toen Venema opdook, ploegde het wilde dier een diepe geul door de sneeuwmassa, op weg naar een veilige dekking.

P1450241 - kopie

Wild zwijn in de sneeuw – Foto: ©Louis Fraanje

Bijgeloof 

De jacht neemt een grote plaats in in het leven van de jachtopzichters. In de zomer begint het weidwerk met het afschot van reebokken. Er is een reeënstand van rond 160 dieren. Op mooie zomeravonden wordt een aantal oude bokken verdere bemoeienis met de voortplanting ontzegd. Krachtige jonge dieren moeten ook een beurt krijgen. Venema herinnert zich een oude boerenwijsheid. Bijgeloof noemt hij het. Als op een mooie zomeravond de koeien in het gras liggen, hoef je niet op reeën jacht te gaan. Dan liggen de reeën ook. Lopen de koeien te grazen, dan trek er maar op uit, dan lopen de reeën ook…

A-68 - kopie

De wilde ganzen op weg naar hun winterkwartieren – Foto: ©Louis Fraanje

Een nieuwe periode

Pas echt de kriebels krijgt Venema als hij boven zich het gakken van de wilde ganzen hoort die naar hun winterkwartieren op weg zijn. Een machtige V aan de hemel die naar het zuidwesten wijst. Dat grijpt hem aan. Hij voelt zich dan zelf bijna een gans. Tot in februari worden hert, wild zwijn en moeflon bejaagd om de stand op het gewenste peil te houden, de gezondheid van het nageslacht van het grofwild te waarborgen. De hele zomer hebben ze het wild bekeken, overleg gepleegd met elkaar om de afschotrijpe dieren te bejagen. Maar als hij dan in maart, hoewel het soms nog vriest, de eerste korhaan hoort bolderen, weet Venema dat het voorjaar dichterbij komt. Dan kan hij elk moment weer een moeflon-ooi met lam tegenkomen en werpen de herten hun stangen af en denkt hij: we hebben de jacht gehad, we beginnen aan een nieuwe periode…

Tekst: Harry Wonink  –  Coverfoto rechtsboven: Jan den Besten (1928-2012)                                  

********************************************************************************************************************************

harry portret

Auteur Harry Wonink – ©Eigen foto

Harry Wonink

Geboren in Almelo, 25-9-1927
1945 Eerste verhalen in padvindersblaadje over de natuur.
2 mei 1946 leerling-verslaggever bij Dagblad van het Oosten.
2 mei 1947 in militaire dienst. Opleiding radio-telegrafist.
Februari 1948: naar Nederlands-Indië.
30 dec. 1948 Landing op kust Sumatra, tweede politionele actie.
Publiceerde veel in soldatenbladen Wapenbroeders en Lichtspoor.
Augustus 1950 terug in Nederland.

1950-1988 journalist Dagblad van het Oosten, Dagblad Tubantia.
Specialisatie groene sector: natuur, landbouw, toerisme, streekhistorie.
1964 eerste boek: Speurtochten in de natuur.
Tot nu 50 boeken, waarbij Langs de Linge, Grenzeloze Veluwe in beeld, Lokroep van het vrije veld. Grote Historische Atlas Gelderland. Standaardwerk over de heide- en veengebieden in ons land: Op de heide en in het veen, dito over kleine landschapselementen: Linten in het landschap.

Op 13 oktober 1958 gehuwd met Truus Klaassen. Twee kinderen, zoon Han(1959) en dochter Ellen(1962). Zes kleinkinderen. Woont nu in Albergen.

Met dank aan de auteur Harry Wonink voor zijn belangeloze medewerking m.b.t. het verhaal over Jan Venema

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.de-veluwenaar.nl/2015/03/05/lokroep-van-het-vrije-veld-deel-6-slot/