Ik droomde

Met z’n grote, onschuldige ogen keek het lam me aan.  Het is het kleinste en tevens het donkerste lam uit de kudde. Ik heb een speciale band met hem opgebouwd.
Met het grootste vertrouwen, wetend dat ik hem toch altijd wel in de gaten houd, drentelt het gewoonlijk al grazend een heel eind achter de kudde aan, zorgvuldig de lekkerste hapjes tussen het gras uit peuzelend.  Als het lam te ver af dreigt te dwalen, roep ik het bij de les en spoor ik het op bemoe-digende toon aan, zich bij de kudde te voegen. ‘Putepute-pute…kom maar lam, kom maar !’    Geef ik het daarbij dan ook nog zacht een zetje de goede kant uit, dan huppelt het lam gedwee met me mee.

Christien met lamPlezier had ik om dat kleine ding. Eigenwijs als het was. En altijd goed gemutst.

Behalve vanmorgen dan. Ik merkte al gauw dat het zich anders gedroeg. Het huppelde niet maar slenterde wat loom achter de andere schapen aan.  Op een gegeven moment begon het te mekkeren.   ‘Vreemd’, dacht ik, ‘dat doet ‘ie nooit’ .   Bij het zien van dit afwijkend gedrag maakte ik me direct zorgen.   Ik gebood hondje Puck voor de schapen uit te blijven lopen om zodoende de schapen wat af te remmen, zodat ons lammetje op een rustig tempo mee kon trekken met de voortstruinende kudde.
Al gauw bleek de kleine ook dat tempo niet bij te kunnen houden.  Steeds vaker blaatte het lam op klaaglijke, lang gerekte, toon.     Het kon blijkbaar niet verder…
Mijn hart kromp ineen bij dit kleine hoopje ellende.   Ik pakte het lammetje op en droeg het mee in mijn armen.   Toen werd het stil en blaatte niet meer.   Ik voelde het hartje snel kloppen en zag hoe ziek het beestje was.   Het buikje  was opgezet en voelde hard aan.
Ik hield het stevig tegen mijn jas aangedrukt, zodat het zich veilig zou voelen.
Zo trokken we verder.    Met grote deernis om dit lieve kleine lam dat nu pijn leed en zelf niet verder kon.
Toen we een weitje naderden, zette ik het lam voorzichtig even neer, in de stille hoop dat het wellicht iets van het jonge malse gras zou gaan eten.  Maar ach, het diertje viel om.  Ik knielde bij het lam neer.  Het lijfje maakte nu schokkende bewegingen.  Met mijn ene hand stutte ik beschermend het kopje en met mijn andere hand streek ik zacht over het buikje heen.   Ik suste het lam en fluisterde zacht in z’n oortje: ‘Pute-pute, lam…kom maar..!’    Het keek me vol liefde en vol vertrouwen aan.   Zo stierf het kleine lam.   Terwijl ik het met mijn beide handen beschermde blies het de laatste adem uit.

Met een brok in mijn keel, nam ik afscheid van mijn kleine lieveling.  Dat kleine, onschuldige diertje had niemand ooit kwaad gedaan.  Het huppelde altijd vrolijk naast me mee.  En vertrouwde mij volkomen, tot aan het laatste moment toe.   ‘Lief lam, ik zal het zonder je moeten doen.   Ik zal je hier nu achter moeten laten en eerst de grote schapen naar de schaapskooi terug brengen.’   Voorzichtig pakte ik het lam op en legde het neer aan de voet van een berkenboom waarboven een twijgje met lichtgroene blaadjes zachtjes heen en weer wiegde in de wind.   Ik bedekte het kleine lijfje met wat mos en bladeren, zodat het niet zichtbaar was en niemand het weg zou pakken .    Toen moest ik verder.   Hoe hard kan het leven van een herderin op zulke momenten zijn..!HapperdehapKnabbeldeknabbel

Terwijl ik ontdaan het lammetje achter liet en verdrietig verder liep, begon de koekoek boven in de berkenboom, luid en duidelijk, zijn naam uit te roepen. ‘Koekoek, koekoek, koekoek’.   Het bood me troost.   Het voelde alsof de koekoek het van me overnam en nu verder over ons lammetje waakte.

JezusHet werd avond en het werd nacht. Ik droomde over een klein lief, donker lammetje. Ik droomde over de Goede herder, die het lammetje zo lief had, dat Hij het lieve lam dicht bij zich wilde hebben.   Toen Hij vanuit de hemel zag hoe ziek dit lammetje was en dat het pijn leed, kwam de Goede herder het lammetje ophalen.    Hij pakte het lammetje op, en droeg het vol liefde op zijn schouder naar de hemel.
In mijn droom zag ik mijn lieve lammetje daar weer heel gelukkig rond huppelen.
Gezond, vrolijk en blij.  Toen ik wakker werd zag ik door het geopende raam een strakblauwe hemel waarin een klein schapenwolkje voorbij dreef. Een merel bezong jubelend de nieuwe dag.      Even wist ik niet of dit nu werkelijkheid was, of dat ik droomde.

 

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.de-veluwenaar.nl/2013/06/08/ik-droomde/