De Blieë Bie

Geen mens ben ik tegengekomen vanmorgen in het veld! Klaarblijkelijk waagde zich geen sterveling naar buiten, waar het volgens weerman Marco Verhoef vandaag extreem koud zou gaan aanvoelen op deze 23e maart. Gevoelsmatig zelfs tot 15°, wat mede veroorzaakt werd door een ijzige, straffe oostenwind.
OLYMPUS DIGITAL CAMERANou ja…niemand?   Wacht even..!    In alle vroegte trof ik in een bospad op weg naar de heide een hoogbejaard echtpaar aan. Met enige verbazing zag ik hoe het tweetal mijn richting uit kwam lopen. Ze liepen beiden moeizaam. Stapje voor stapje, zij aan zij, schreden ze voorzichtig vooruit. Dan weer stonden ze een moment stil, als moesten ze van de gedane inspanning bijkomen. Vertwijfeld vroeg ik me af wat dit oude echtpaar, bij dit ijzig koude weer op dit vroege tijdstip, naar het bos toe had gedreven.

Terwijl ze mij schoorvoetend naderden, ontdekte ik dat het hier een Elspeets echtpaar betrof. Ik kende ze wel. En zij mij blijkbaar ook, want de oude baas richtte zich tot mij, als wilde hij uitleg geven aan de situatie. ‘Goeij’n dag, Christien’, hief de man het gesprek vriendelijk aan. ‘So vrugge ol op pad an’t schoap’n hoed’n..? Wullie he’n al een einde gekuierd, want de vrouw’ het bloedvaat’n vernauwing, see de dokt’r, en dan sol’t heel best binne’, da’ zie ied’re dag een haalf’ uurtje gingen waandel’n, zie je!’ Daarbij trok hij met een kort driftig handgebaar zijn pet nog iets schuiner over z’n voorhoofd heen en keek daarbij naar opzij naar zijn vrouw.
Even bleef het stil. ‘Moar ‘t is ie-ezig koud, ie-ezig koud’ hier buut’n zeg! Wulle goan op huus an, deern..!’
De schapen trokken verder richting heide en het hoogbejaarde echtpaar schuifelde behoedzaam de Schapentroo af, terug naar de Schotkamp, waar, naar de oude baas me had toevertrouwd, ze de auto geparkeerd hadden.

In gedachten verzonken merkte ik nauwelijks iets van de barre weersomstandigheden. Zelfs de snijdend koude wind bleek geen vat op mij te krijgen deze morgen. Evenmin op de schapen, die zich gretig grazend tegoed deden aan de frisse, knapperige heidestruiken, terwijl ze daarbij energiek en levenslustig de hoge heuvels over trokken. Terwijl de wind in mijn oren blies, gingen mijn gedachten terug naar de vorige avond. Wouters bijenstal
Het was weer een prachtige avond geweest, de jaarlijks ledenavond die door de Elspeetse bijenvereniging’ De Blieë Bie’, in gebouwtje
De Valk werd gehouden. Zo’n avond waarvan je vindt dat je die niet missen mag en niet missen wil.    Sinds enkele jaren ben ik lid van De Blieë Bie en doe ik m’n best om, onder de bezielende leiding van Wouter van Bronswijk, mij in de wondere wereld van de bijen te verdiepen. Woh… dat het beroep van imker zo eenvoudig nog niet is, daar ben ik inmiddels wel achter. Maar leuk is het wel; en interessant. Iedere keer opnieuw, als we onze bijenkasten bekijken, valt het me op hoe boeiend de wereld van de bijen is. Wouter van Bronswijk is de grote inspirator achter deze bijzondere vereniging, waar kinderen geheel gratis, op bevlogen wijze les krijgen in het houden van bijen. Na twee jaar de lessen te hebben gevolgd, krijgt ieder kind er een bijenvolk met een bijenkast cadeau.

Toen ik, met mijn hond Joep, De Valk binnen kwam lopen zag ik iedereen al achter de tafels aangeschoven zitten, een kop dampende koffie en een punt vers gebak van bakker Piet voor zich.
De kinderen zaten bij elkaar vooraan , ieder met een glas cola en een stuk gebak voor zich. Daar achter zaten de mannen aan weerskanten van de lange tafels, waar achter dan weer de vrouwen aansloten. Zo is dat hier gebruikelijk en zo wordt deze traditie in ere gehouden en weer doorgegeven aan de jeugd. Rien Mouw was ook al aanwezig, met al zijn apparatuur. Rien zou ons deze avond zijn dia’s over onze eigen mooie Veluwe gaan vertonen.

Gerrit Wieberdink kwam naar me toe lopen. Hij fluisterend mij in het oor dat hij de bijenkast die hij voor me had getimmerd, al wel een half jaar voor me op de deel had staan. Ik zei dat het schande was, en stelde ‘Wiebe’ vervolgens voor, de kast zelf bij ons aan de Schapendrift te komen brengen, in ruil voor een paar stevige borrels.
Dat was best. ‘Doet ‘ie nooit’, riep van der Kolk. ‘Voor Christien wel’, grinnikte Wiebe ondeugend terug. En daarmee was de kous af.

Het was gezellig. De sfeer is er altijd apart.  Zo bijzonder dat ik het niet beschrijven kan. Dat maakt het waarschijnlijk nou juist zo bijzonder.       Als bij zijnde, maak je deel uit van een volk.         Als bijenhouder maak je ook deel uit van een volk: van ‘Apart volk’, als u begrijpt wat ik bedoel..!    Later op de avond, werden de glaasjes rijkelijk gevuld, achterover geslagen en opnieuw gevuld.   Het bier werd getapt.   De bladen met hapjes gingen voortdurend voorbij. De stemming was vrolijk.   Tijd voor het intensieve vak van imkeren heb ik eigenlijk niet.   Dus zei ik: ‘Laat mij maar voor spek en bonen meedoen Wouter.’  ‘Je komt donderdagavond toch wel, hè Christien, want dan gaan we de ‘veger’ in je tweede kast overplaatsen’ , was het ontwijkende antwoord.   ‘Die nieuwe kast van Wiebe moet je eerst nog wel schilderen hoor.’    Ik kwam er niet onderuit merkte ik wel.   Gewoon meedoen, de handen uit de mouwen steken.    De bijen zijn een ijverig volk en van een beetje een aankomend imker, wordt blijkbaar hetzelfde verwacht.

klik om te vergroten

klik om te vergroten

‘Als je maar zorgt dat je er volgende week donderdag bent..!’ riep Wouter me nog eens grijnzend na. ‘Tuurlijk, dan ben ik er Wouter.’   Geruisloos verdween ik naar buiten de donkere nacht in, waar een helder maantje me met een scheve lach aangrijnsde.      ‘Apart volk’, dat van de Blieë Bie.     Jazeker, maantje, dat is het.’

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.de-veluwenaar.nl/2013/03/25/de-bliee-bie/