Eén schoft en twee Samaritanen

overstekend-wildGisterenavond maakte Christien iets mee, wat je liever nooit mee zou willen maken.
Hieronder haar trieste verhaal over wat een jong hertje gisterenavond is overkomen.

Zelf zegt ze: “We kunnen er niet genoeg op wijzen dat de waarschuwingsborden voor overstekend wild niet voor niets zijn geplaatst.”


wij steken zomaar over

Het zal tegen acht uur in de avond geweest zijn, dat ik, komend vanaf het station, over de Nunspeterweg richting Elspeet terug reed. Voorbij een bocht doemden er plotseling een paar grote koplampen voor mij op. In eerste instantie meende ik dat het hier om een onwijze inhaalmanouvre ging omdat de auto recht op mij af leek te komen. Dus minderde ik vaart. Naar links uitwijken, was geen optie, daar naderde verkeer. Er ontstond een levensgevaarlijke situatie. Zeker omdat ik niet kon zien (en niet kon weten) wat mijn tegenligger van plan was. Stoppen kon evenmin. Achter mij naderde er eveneens verkeer.

Noodgedwongen reed ik dus recht op de grote koplampen voor mij af. Ze grijnsden mij als van een vervaarlijk roofdier, verblindend, aan. Ik minderde nog meer vaart en passeerde ‘het monster’ door rechts langs hem, over de rechterberm te rijden. Op dat moment kon ik het type auto ontwaarden. Het bleek een grote, donkere, jeep te zijn. Achter het stuur dook het profiel van een man op. Op dat moment beschenen mijn koplampen nog meer: daar, in die rechterberm, lag een klein hertenlijfje hevig te schokken….!

niet het hertje uit dit verhaalToen ik dat zag sloeg ik geen acht meer op de bestuurder naast mij. Ik trapte op de rem, bracht mijn auto tot stilstand, zette mijn alarmlichten aan en stapte uit . Terwijl ik met afgrijzen op het zwaar gewonde hertje afliep bekroop mij een pijnlijk gevoel van grote onmacht. De auto’s die achter mij reden reageerden onmiddellijk op mijn alarmsignaal en stopten naast mijn auto. Het waren twee werkbusjes en de bestuurders gingen, bij het zien van dit gruwelijk tafereeltje, direct tot actie over. Iemand zei: ‘we moeten dit hertje uit zijn lijden verlossen’. Ik knikte bevestigend. Er liep bloed uit het neusje en uit de ogen. Ook liep er bloed langs zijn pootjes, die tevens zwaar gewond waren. Het lijfje lag hevig te schokken, terwijl de nek en het kleine kopje naar achteren gebogen lagen. Het hertje lag te creperen van pijn en te schokken van angst. De twee jongens konden het niet aanzien. ‘We moeten niet wachten, we moeten dit diertje onmiddellijk uit zijn lijden verlossen! Als we er in een keer met onze bus over heen rijden, is het diertje het snelst uit zijn lijden verlost’ Ik antwoordde bevestigend: ‘doen jullie maar wat je moet doen.’ Daarop groette ik de beide jongens, en liep naar mijn auto terug.

Met een gesmoorde snik en een brok in mijn keel reed ik weg van de plek des onheils. Ik voelde een diep respect voor deze jongens in me opkomen. Ze bekommerden zich om dit hulpeloze diertje, dat in grote nood verkeerde en hevige pijnen leed. Dat is nog eens moedig te noemen…! Immers, zou u het doen, als u onverwachts met zo’n penibele situatie geconfronteerd zou worden? Dit was daadkrachtig handelen, in belang van, dus uit liefde voor, dit hevig pijn lijdende, zwaar gewonde, hulpeloze schepseltje. Omwille van het ondraaglijk leed, dat dit aangereden en daardoor zwaar gewonde hertje had getroffen.

Mijn God, hoe gruwelijk echter de gedachte, aan die gewetenloze man die daar, in zijn grote jeep, vanachter zijn stuur, door het raam van zijn auto meedogenloos naar dit, in diepe nood verkerende, diertje had gekeken. En dat zonder ook maar iets te doen of te ondernemen. Hij kwam er zijn auto niet voor uit. maar creëerde wel een levensgevaarlijke situatie op de weg. Hij moet doorgereden zijn toen ik mijn auto naast zijn auto tot stilstand bracht, om naar het hertje toe te lopen. Het minste wat hij had kunnen doen, was uitstappen en zich over het gewonde diertje ontfermen. Maar het enige wat hij deed was toekijken. Hij koos ervoor om door te rijden. Hiermee mens en dier, in pijn, verwarring en gevaar achterlatend. Snikkend van onmacht en verdriet, om het leed dat dit jonge hertje had getroffen, reed ik naar huis terug. Voor het getroffen hertje, mochten deze beide jongens, de barmhartige Samaritaan zijn…!

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.de-veluwenaar.nl/2013/01/03/1575/