De Boom

De Boom als schuilplaats bij het aanzitten…

De Boom anno 2015 – Foto: ©Anja Arentzen

De Boom anno 2015 – Foto: ©Anja Arentzen

Lopend langs een rustgebied ontdekten we hem, een vliegden met een grillig uiterlijk. Strikt genomen was het niet eens één boom, maar een groepje vlak bij elkaar staande stammen, waarvan er een paar zonder veel moeite te beklimmen waren. Het mooie was, dat de zijtakken zo gunstig groeiden, dat ze ofwel een rugleuning vormden, ofwel een vorstelijke zetel boden met de stam als rugleuning. Aldus bleken er genoeg zitplaatsen voorhanden voor ons groepje van drie personen.

Eigenlijk ontdekten we De Boom, doordat hij alleen stond en bij een ontmoeting met wild best als schuilplaats dienst kon doen. Zouden we erin kunnen aanzitten? We hadden dat nog niet bedacht, of we konden meteen de proef op de som nemen. De eerste van ons groepje klauterde omhoog en keek rond, terwijl nummer twee houvast zocht. Nummer drie stond beneden te wachten. Van bovenaf werd gesist: roodwild. Nummer één, bevoorrecht met de hoogste positie, zag de geweidragers het eerst. In een bosje aan de rand van het rustgebied stond een roedel bastherten.

Als reactie op het van bovenaf toe-gesiste schoot nummer twee met de schoenzool pardoes van een tak die als opstapje diende. Oef. De herten reageerden meteen op dit geluid. Zouden ze ons zien? We drukten ons tegen de stammen aan. Aarzeling bij de voorste herten. Ze keken onze kant op, de neus omhoog om wat verwaaiing op te kunnen vangen. Gelukkig was de wind in ons voordeel. De achterste dieren drongen tegen de voorgangers aan. De voorste leken unaniem te kiezen voor een route, die met een boog om de boom heen leidde. Veiligheid ging blijkbaar boven alles. In draf trokken de herten over het open veld.

Ontberingen

Nu het wild weg was, inspecteerden we de vliegden op nadere klautermogelijkheden, op zitplaatsen (twee in één stam, en één in de bocht van een andere) en op zichtbaarheid. Met die zichtbaarheid viel het enorm mee, temeer daar enkele flinke takken voor de nodige schaduw zorgden. En zeg nou zelf, welke wandelaar liep met de neus omhoog de hele tijd de lucht te bestuderen? Mocht er iemand langs komen, dan konden wij ons tegen de stam drukken en het gezicht afwenden.

Ook het wild zou ons niet direct kunnen zien, en zou bovendien niet makkelijk verwaaiing krijgen. Ongetwijfeld het grootste voordeel was het royale uitzicht op het grote open veld rondom, waar her en der wat dekkingsbosjes stonden. Uiteraard waren er ook wat minder prettige kanten aan het zitten in de boom. Zo wilde na een tijdje de onregelmatige schors behoorlijk hard zijn en kon een stevig briesje beneden een eindje hogerop beslist guur zijn. Die ontberingen waren echter zo vergeten, wanneer vanuit de verte wild naderde.

Anja en Yvonne op hun aanzitplek in De Boom anno 1982 – foto is genomen door hun moeder, die ook met veel plezier aan het aanzitten in De Boom meedeed

Anja en Yvonne Arentzen op hun aanzitplek in De Boom anno 1982 – Foto is genomen door hun moeder, die ook met veel plezier aan het aanzitten in De Boom meedeed.

Goed camoufleren

Vooral moeflons staken nogal eens het veld over, en dan meestal binnen de honderd meter. Op een avond zagen we acht ooien en twee rammen. Zo hier en daar wat grasjes afmaaiend liepen ze in de richting van een dekkingsbosje. Ze trokken er achterlangs. In spanning wachtten we af. Na een tijdje verscheen de eerste ooi. Even later de tweede… de derde… en zo door, totdat ze alle acht zichtbaar waren. De rammen kwamen echter merkwaardig genoeg niet meer opdagen. Zouden die in het bosje achtergebleven zijn?

Een andere keer zagen we door de verrekijker hazen op het veld. Weer een andere keer mochten we getuige zijn van de eerste jachtpogingen van jonge torenvalken. Ongetwijfeld het mooist was een lichtgekleurde buizerd, die recht op ons af kwam met de bedoeling in de boom te landen. Pas op het allerlaatste moment ontdekte hij ons; jammer genoeg had hij er geen zin in ons gezelschap te houden.

Dat we ons vrij goed als boom wisten te camoufleren bleek wel uit het feit, dat veel wandelaars ons nooit gezien hebben en al pratend voorbij liepen. Eén keer zelfs stonden we nog tussen de stammen in dicht opeen geklit, toen er twee fietsers aankwamen. We durfden niet meer omhoog te klimmen, omdat onze bewegingen de aandacht zouden kunnen trekken. Dus deden we zo boomachtig mogelijk en werden tot onze verbazing niet opgemerkt, terwijl we maar zo’n twee meter van het pad af stonden.

Humor

Uiteraard zijn we enkele keren wel ontdekt. Dat was dan altijd in het weekend en ook nog eens ’s middags. Een echtpaar op leeftijd zagen we vanaf onze uitkijkpost al geruime tijd over het pad langs het rustgebied onze kant uit komen – precies de andere kant op wandelend als de meeste wandelaars gingen. Omdat de zon verstek liet gaan, hadden we genoeg aan de overhangende takken als camouflagemateriaal. Muisstil zaten we; we rekenden erop, dat we ook nu wel weer onopgemerkt zouden blijven. Precies ter hoogte van onze observatiepost bleef het echtpaar staan. De vrouw leunde op een wandelstok, die ook als zitstok te gebruiken was. Ze keek naar het rustgebied, terwijl haar man rigoureus naar De Boom toe stapte en onder zijn jas tastte. Oeps, dat hadden we niet verwacht. We voelden ons er behoorlijk ongemakkelijk door.

Er restte ons weinig anders dan strak voor ons uit het veld over kijken. Het geritsel van kleding. Net op het moment dat de rits omlaag zou gaan, bracht de vrouw de redding, zowel voor haar wederhelft als voor ons. Als een ware detective had ze de hele omgeving af gespeurd, niet alleen op de grond, maar ook hogerop. Toen ze ons ineens zag zitten, spurtte ze op haar man af. Geschrokken. ‘Kijk uit, joh, er zitten mensen in die boom.’ De man, zich van geen kwaad bewust, trok in een reflex de rits omhoog. Kwam iedereen daar even goed weg.

 

De Boom anno 2015, inmiddels niet meer bereikbaar vanwege het struinverbod op De Hoge Veluwe – Foto: ©Anja Arentzen

Schrik van zijn leven

Op een met regen dreigende zaterdagmiddag zaten we weer eens op onze hoge post te wachten op de moeflons, waarvan we ontdekt hadden dat ze een vaste route gebruikten. Daar zaten we dan, uren van te voren. Twee hadden hun vertrouwde plaats ingenomen op takken aan de ene stam, de derde zat, gewapend met een paraplu, op een tak aan de stam, die het dichtst bij het pad stond. Na een goed uur zagen we in de verte een man en een vrouw naderen. Langzaam maar zeker kwamen ze op De Boom af. We drukten ons zo dicht mogelijk tegen de stam aan.

Vol spanning wachtten we – zouden we ontdekt worden? Honderd meter. Nog steeds geen reactie. Met het gezicht inmiddels tegen de stam gedrukt moesten we ons verlaten op het geluid van de voetstappen. Steeds dichterbij kwamen ze. Opeens een kreet van de vrouw: ‘Ik schrik me dood. Ik dacht dat er iemand dood in die boom hing.’
Meteen keken we op en barstten in lachen uit. Dat we daar niet op gelet hadden. Van degene die alleen zat, staken voeten en paraplu onder de overhangende takken uit. Geen wonder, dat een argeloze wandelaar de schrik van zijn leven kreeg.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.de-veluwenaar.nl/2018/06/05/de-boom/