Vreemd wild op de voerakker

Wanneer je het voorrecht hebt om diverse keren per jaar een aantal toeristen, die de Veluwe aandoen, naar een wildkansel te begeleiden, ben je een gelukkig mens. Wanneer je dan meestal ook nog wild ziet en de edelherten in de ogen kunt kijken, ben je een dubbel gelukkig mens!Wildkansel

Verwaaiing
Vorig jaar werd dat geluksgevoel een beetje getemperd, dat kwam zo: De toeristen, die via de VVV de wildkansel tegen betaling en onder begeleiding mogen bezoeken, hadden zich verzameld op de parkeerplaats aan de rand van de hei. Met verrekijkers en fotospullen gewapend stonden ze naast hun auto te wachten. Voor hen lag het rustgebied en in dit rustgebied ligt de wildkansel. Het bouwwerk biedt met gemak plaats aan zo’n veertig tot vijftig personen. Aan het einde van de parkeerplaats staan de borden met het opschrift: “Geen vrije toegang, rustgebied voor het edelhert”. En deze borden verhogen juist de spanning! Straks binnen te komen in een gebied, waar je normaal de toegang wordt ontzegd! Toen de mensen zich om mij heen hadden verzameld, begon ik met m’n gebruikelijke praatje. Er werd hun verteld over het scherpe gehoor van het edelhert en over hun fijne neus, en ik vervolgde: “Mensenlucht nemen ze waar over grote afstand. Mensenlucht betekent gevaar! Daarom is het laatste traject dat wij te gaan hebben ook afgeschermd door hoge aarden wallen, om mensenlucht tegen te gaan. Verwaaiing noemen we dat, en vooral niet praten onderweg!” Ze knikten allemaal heel begrijpend.

Wildwissels
Toen togen we op pad en achter mij een zwijgende massa. Zonder enig ongemak belandden we op de wildtoren. Van het wild was echter geen spoor te bekennen, op enkele konijntjes na die vrolijk in de avondzon over de voerakker huppelden. Op gedempte toon begon ik te vertellen over de geweien die daar aan de wand hangen en ik stelde hen gerust met de woorden, dat het wild hier meestal laat op de avond voor de dag kwam. Ik wees ze op de wissels links en rechts voor de hoogzit, waar ze vooral op moesten letten. Wanneer ze zouden komen dan was het over deze wissels (wildpaden) Na een tijdje onderbrak ik mijn verhaal en zwijgend zaten we met z’n allen te staren naar de wissels in de verte…

Menselijke wezens
Plotseling begon één van de gasten naar links te wijzen. Vol verwachting keek iedereen die kant op en dacht men waar voor zijn neergetelde geld te krijgen. Inderdaad er verscheen iets aan de linkerkant, maar… niet waar we allemaal op gehoopt hadden! Want vanuit de bosrand wandelde doodgemoedereerd een jong stelletje de voerakker op. Nee, geen wild, maar heuse menselijke wezens, zo te zien zeer verliefde menselijke wezens. Een hij en een zij. De armen om elkaar verstrengeld en de gezichten naar elkaar gekeerd. Geen wonder dat ze de bordjes ‘Geen vrije toegang’ niet opgemerkt hadden…
Maar de gasten lieten hun blijken van afkeer duidelijk merken. Ze waren niet uit de grote stad gekomen om mensen te bekijken, maar om wild te zien! Ik was het roerend met ze eens, maar ja…!
Een van de aanwezigen mompelde halfluid: “Me kenne ‘t nou wel vegete, de boswachter het gezegd, menselucht ruike ze van ver. Verwaaiing!” Daar was ik het roerend mee eens. De gasten keken me aan, maar ja. Als gids maak je veel mee, maar dit was me in al die jaren nog nooit overkomen. De bezoekers werden nu wel zeer ongeduldig en verontwaardigd. Enkelen keken mij aan met een blik van: ‘Man, doe daar toch eindelijk iets aan!’ Paartje

.
Adam en Eva
Toen ben ik met de moed der wanhoop de hoogzit afgedaald en de voerakker opgestapt. Ze hadden nog steeds niets in de gaten. Dichterbij gekomen schrokken ze op. Ze hadden zich volkomen alleen gewaand. Adam en Eva in het paradijs. Toen, ja, wat moest ik zeggen? Ik begon naar woorden te zoeken en mompelde iets van ‘Rustgebied’ en ‘Verboden toegang’. Beleefd luisterden ze naar mij en ik verzocht ze vriendelijk het terrein te verlaten. Even nog keek zij mij aan… Ze had hele mooie, donkere fluwelen kijkers… Toen draaiden we elkaar en de voerakker onze rug toe en gingen ieder onze eigen weg… Adam en Eva uit het paradijs verdreven dacht ik bij mezelf. Ik voelde me als de engel met het vlammend zwaard!
Teruggekomen op de hoogzit, bleek daar de stemming tot onder het nulpunt te zijn gedaald. Opgewekt probeerde ik nog wat over wilde varkens te vertellen, maar mijn woorden gingen over de hoofden heen.

.
Natuurgids AbSchouwspel compleet
Toen, na ongeveer tien minuten, begon de man die zopas nog over ‘verwaaiing’ had gemompeld, te wijzen en zei: ‘Rechts, mot je zien, een kanjer van een bok!’
Goed, toegegeven, wij noemen zo’n exemplaar geen bok, maar hert. En inderdaad, over de wissel kwamen ze rustig aangeslenterd.   Vier, vijf… nee zeven geweidragers.
Fototoestellen klikten en verrekijkers werden doorgegeven. Statig paradeerden de herten de voerakker op en lieten zich van alle kanten bekijken, alle menselijke verwaaiing ten spijt
De gasten genoten en alsof het nog niet genoeg was, verschenen ook nog de wilde varkens ten tonele. Het schouwspel was compleet. Tot de schemering inviel was er wild te zien. Zelfs enkele hindes met hun kalf kwamen bij de voerbakken !

Tenslotte
Voldaan ging het gezelschap tenslotte de trap af, de bewoonde wereld tegemoet. Toen ik als laatste de hoogzit verliet, keek ik nog een keer achterom. Ik keek in de donkere ogen van een hinde, die vlak vooraan stond… Toen draaide ik voor de tweede maal die avond de voerakker de rug toe en sloot de deur.

tekst: Ab van ‘t Veld | Veluwe Braamberg juli 1991
illustraties: Rijk Verhoeven

Dit verhaal verscheen eerder in De Veluwenaar van juli 2004.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.de-veluwenaar.nl/2013/07/25/vreemd-wild-op-de-voerakker/